woensdag 8 juni 2022

 De halve maan van het Walplein.


De kraai landde om middernacht op het Walplein.

Hij was beducht voor de vossen die hier 's nachts rondzwierven, op zoek naar nog wat eetbaars dat de stad - of beter gezegd zijn inwoners - hadden nagelaten. Hoewel broeders van het klooster in het westen het vuil van de stad overdag opruimden, met varkens, die knorrend het vuilnis opvraten, lag er toch heel wat zwerfvuil en voedselresten in de hobbelige, schaars geplaveide straten.


In de hoek van het kleine pleintje was het Stoofstraatje, het kleinste straatje van de stad. Daar hoorde de kraai nog gelal van dronkaards en het zatte gegiechel van de lichtekooien, die overdag sliepen en op dit late uur nog wijn en bier in de keelgaten van de bezoekers van de badhuizen goten.


Het had de hele dag geregend, fel geregend en in het midden van het plein lag een grote plas waarin de huizen rond het plein, de wolken en de maan, zich spiegelden.


De vogel vloog hoog op de top van een trapgevel en overschouwde nauwlettend het verlaten pleintje. De brouwerij was dicht. Eiken vaten stonden geladen op een duwkarretje en de grote platte kar wachtte ongeduldig op het forse, bruine trekpaard dat elke dag zijn ronde deed langs de tientallen herbergen van de stad. Bij het lossen van de hopbellen werd dikwijls gespild en overdag vlogen de vogels krijsend over de binnenplaats van de brouwerij en roofden gretig de gevallen korrels. Lokale brouwers vervloekten het Duitse hop en het hopbier dat langer houdbaar was, maar minder zuur smaakte dan het gruutbier. 


Vooral heer Lodewijck Van Gruuthuse, die zijn grootste inkomsten haalde uit het gruutrecht , protesteerde bij de wethouders van de stad. De kraai pikte de korrels uit de modder en tussen de kasseien van het koertje.


Het gelach in het Stoofstraatje nam toe, een deur sloot en de lallende geluiden verdwenen, als een windvlaag op de gevels. Uit de steeg kwam plots een enorme gestalte het plein oplopen en de vogel wiekte snel naar zijn uitkijktoren op de trapgevel van het hoogste huis. Beneden stond een grote man in het vale maanlicht. Hij droeg een kleurrijke, bolle vest en een soort pofbroek die net onder zijn knieën eindigde op donkere lange kousen en schoenen met lange tippen.


De kraai had, als bewoner van een middeleeuwse stad, al veel kleurrijke figuren gezien, want bezoekers kwamen van uit heel Europa om handel te drijven. Maar nu klapperde hij angstig met zijn vleugels. Weer zwaaide een deur open in het Stoofstraatje.  Een schaars geklede vrouw kwam het pleintje op gewaggeld - bierkruik in de hand - en riep luid, zo luid dat zelfs de kraai verschrikt opvloog : "Hey, Turk, kom terug!"  De Turk draaide een kwartslag, haalde in een flits zijn enorme kromzwaard uit de met glinsterende juwelen bezette zwaardhouder,  stapte op het midden van het plein in een enorme plas en kliefde met één houw het beeld van de maan in het water middendoor.


De stad schudde, de stad beefde. Alle kraaien vlogen op. En ineens was de hemel zwart gekleurd, zo pikzwart dat de nachtwachten op de Hallentoren verschrikt naar de verduisterde stad keken en angstig hun fakkels omhoog hielden.


Eén man had het hele schouwspel vanuit het kleine raam van de brouwerij gadegeslagen. Hij had zich vrolijk gemaakt om de lichtekooi en haar dronken gekrijs. Wat hij nu gezien had, had hij in zijn lange jaren als beste brouwer van de stad, nog nooit meegemaakt. Zijn bijna tandeloze mond viel open van verbazing.


De dag erop had hij de naam van de brouwerij, die voorheen " In de vesting" heette, veranderd in "Brouwerij de Halve Maan" en niemand wist waarom.

(Voor C.)


Tekst © Rafaël Plasman, mei 2022


Prent: Archi W. Bechlenberg - Bruges La Morte 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.