Lang geleden leefde er in het Prinselijk Begijnhof van Brugge een jonge begijn. Alijt was haar naam. Ze was zacht van stem, maar zwaar van hart. ’s Nachts lag ze wakker, haar gedachten als vogels die nooit rust vonden.
Op een avond, toen de maan laag boven het Minnewater hing, verliet ze haar kamer en liep ze naar de rand van het hof. Daar stond de beuk, groter dan de rest, met een stam die glansde alsof hij licht in zich droeg.
Ze ging onder de boom zitten en sloot haar ogen. En toen gebeurde het. De wind viel weg. De bladeren bewogen niet. Maar toch hoorde ze een zacht geritsel, alsof de boom haar gedachten terug fluisterde, maar dan helderder en lichter.
Vanaf die nacht keerde ze telkenmale terug. En ze merkte dat de boom niet alleen luisterde, maar ook haar gedachten bewaarde.
De oudere begijnen zagen haar rust terugkeren en vroegen wat haar hielp. Alijt vertelde het hun, maar alleen in vertrouwen. Zo ontstond een ritueel dat nooit in boeken terechtkwam. Het werd “het dragen van de gedachten” genoemd.
Bij elke zonsondergang verlieten de begijnen in stilte het hof. Geen sleutels, geen kralen, geen metalen gespen. De beuk moest het eerste geluid zijn dat je hoorde.
Bij de boom gekomen legden ze hun rechterhand op de gladde stam. Niet om te bidden, maar om te luisteren. De beuk voelde koel, alsof hij het daglicht nog in zich droeg.
Wanneer een gedachte te zwaar werd, knepen ze zacht in de bast. Dat was het teken dat de gedachte mocht worden afgelegd. Niet vergeten, maar bewaard.
Op de terugweg mocht niemand omkijken. Wie omkeek, zo zei men, nam zijn last weer mee.
Pas bij de drempel van het Begijnhof ademde men diep in. Alsof de lucht zelf lichter was geworden.
De begijnen geloofden dat de beuk herinneringen kon dragen en bewaren om drie redenen:
o Zijn stam is zo dun dat gedachten er gemakkelijk in doordringen.
o Beuken wortelen breed en diep, vaak met elkaar verweven. Men zei dat ze zo een ondergronds geheugen vormden, een plek waar gedachten konden rusten.
o Het licht dat door beukenbladeren valt is zacht en gefilterd. Niet verblindend, maar verhelderend. Wie onder een beuk zat, zag zijn gedachten scherper.
Toen Alijt oud werd, kwam ze nog één keer naar de beuk. Ze legde haar hand op de stam en fluisterde: “Bewaar wat ik niet kan dragen.”
De volgende ochtend vonden de begijnen haar, vredig gestorven in haar bed. En die nacht - zo gaat het verhaal - ritselde de beuk zonder wind alsof hij ook haar laatste gedachten in zich opnam.
Tot op de dag van vandaag zeggen sommige Bruggelingen, dat er bij het Begijnhof een beuk staat die meer weet dan hij laat zien. Een boom die luistert. Een boom die bewaart. Een boom die gedachten helder maakt voor wie durft te luisteren en te zwijgen.
En wie heel stil is, hoort soms een ritseling die niet door de wind komt.
(tekst en ©: Georg Ketting)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.