zaterdag 15 november 2014

De legende van de Brugse zotten

De Bruggeling staat bekend als de Brugse Zot. Aan die spotnaam is ook een legende verbonden.
Het verhaal speelt zich af ten tijde van Keizer Karel. De keizer was op bezoek in Brugge toen de Heilig Bloedprocessie uitging.

De burgemeester van Brugge zat fier naast de keizer op de eretribune toen de processie voorbij kwam. Welgedane paters en even gezonde pastoors zeulden met alle relikwieën, echte en andere, die ze in hun kapellen hadden kunnen vinden. En daarachter liepen kwijlend en kreunend, hinkend en huppelend alle zotten die er met een beetje goeie wil te vinden waren binnen de stad. En dat waren er veel. Op kosten van de stad waren ze in de kleuren van de verschillende parochies gestoken.

Ook de bestuurders van het krankzinnigengesticht hoorden daarbij, gevolgd door de ongelukkige kostgangers van het gesticht.

Brugge bezat reeds in de veertiende eeuw dergelijke instellingen en de geesteszieken werden toen niet ‘zotten’ maar ‘dulle lieden’ genoemd. Het gebeurde trouwens ook dat narren en zotskappen de processie voorafgingen om de wachtende toeschouwers wat te entertainen.

De dulle lieden stoorden meer dan eens de processie door hun zonderlinge gedrag. De burgemeester van Brugge, die naast de keizer zat op de ereplaatsen voor de processie, zag zijn kans schoon en vroeg de keizer extra centen om het Brugse zothuis uit te breiden en her in te richten. Toen de keizer de narren en dulle lieden zag passeren in de optocht had hij snel een antwoord klaar: “De Bruggelingen hoeven maar hun stadspoorten te sluiten en de stad was één groot zothuis, want het liep er hier vol van.”

Uit Brugse stadsrekeningen uit de Bourgondische tijd is bekend dat tal van uitgaven staan genoteerd voor de hofnarren van de hertog, vernoemd als ‘den zot van minen heren’ of ‘den zot van ons gheduchts heren’. De narren maakten vast deel uit van de hertogelijke hofhouding en volgden hun meester overal te lande. De zotskappen uit het Brugse Prinsenhof waren soms ongewenste gasten, maar ze werden toch rijkelijk betaald.

Een andere versie van de legende heeft het niet over Keizer Karel maar over Maximiliaan van Oostenrijk:

Nadat ze Maximiliaan I van Oostenrijk in hun strijd om autonomie voor een tijd gevangen hadden gehouden, verbood deze het houden van een jaarmarkt en andere festiviteiten. In een poging om hem te sussen, hield Brugge voor hem een groot feest en vroeg daarna de toelating opnieuw een jaarmarkt te mogen houden, belastingen te mogen innen én ... het bouwen van een nieuw zothuis. Hij antwoordde: "Sluit alle poorten van Brugge en je hebt een zothuis!".




Ook heden ten dage stappen de narren of 'dulle' lieden nog mee in de H. Bloedprocessie.


Het bier Brugse Zot

Sindsdien is de bijnaam van de Bruggelingen ‘Brugse Zotten’ en komt deze ook meermaals terug in de historiek van de stad. Door het stadsbier ‘Brugse Zot’ te lanceren, herinnert brouwerij De Halve Maan de Bruggelingen met een knipoog aan hun geschiedenis.

Vandaag de dag is Brugse Zot, samen met Straffe Hendrik, het enige bier dat in de Brugse binnenstad wordt gebrouwen. Het is een natuurlijk bier waarvoor enkel de beste ingrediënten worden gebruikt.

Brouwerij De Halve Maan staat dan ook steeds garant voor een bier van optimale kwaliteit en smaak.

Brugse Zot is een heerlijk goudblond bier dat wordt vervaardigd volgens een unieke receptuur en met respect voor traditie. Het kent een bruine variant onder de naam Brugse Zot Dubbel, een iets zwaarder bier met een unieke bittere toets.

Naar jaarlijkse traditie heeft Brouwerij De Halve Maan als Belgische brouwerij opnieuw een van het meest aantal medailles kunnen veroveren op de “International Australian Beer Awards 2014”. Het populairste bier van de brouwerij, Brugse Zot Blond won er opnieuw Goud, en bevestigt hiermee opnieuw haar superieure en constante bierkwaliteit.

De voorbije 2 jaar werd Brugse Zot Blond al 2 keer opeenvolgend als beste blond verkozen op de World Beer Awards. Deze Australische medailles herbevestigen nu opnieuw dit succes. Mede dankzij de internationale erkenningen wordt het bier ook steeds meer in het buitenland verkocht. Het bier wordt vandaag al geëxporteerd naar een 20-tal landen over 3 continenten, met als voornaamste landen Nederland, Frankrijk, UK, USA en Japan.



Brugse zotjes bij Keramiek Kasper

Bij Keramiek Kasper in de Wijngaardstraat 22 kun je leuke Brugse Zotjes kopen. Vaak heeft hij een voorraad. Hij werkt ook op bestelling. Misschien een leuke tip voor een nieuwjaarscadeautje.

Wijngaardstraat 22 Brugge (Nabij het Wijngaardplein)
tel.  050 - 34.37.92 (van 13.15u tot 17.30u) of O51 - 72.44.56 (na 20.00u)
info@keramiekkasper.be


Openingsuren van de shop in Brugge:  op zaterdag en zondag van 11.30u tot 17.30u en op weekdagen van 13.15u tot 17.30u. Gesloten op dinsdag





Verstandelijk gehandicaptenzorg in Brugge

Geesteszieken werden in Brugge zeker al van het begin van de 13de eeuw ondergebracht in een afzonderlijk ‘dulhuus', Sint-Hubrechts genaamd. Het was een stedelijke instelling zoals de andere ziekenhuizen in de stad. De verzorging gebeurde door leken. Rond 1600 werden vijf ‘krankzinnigen' overgebracht naar Sint-Juliaan-ten-Dullen in de Boeveriestraat. Vanaf die tijd stonden religieuzen in voor de verzorging.

Sint-Hubrechts-ten-dullen.

Waren de gasten in Sint-Juliaans aanvankelijk pelgrims en passanten, dan waren die van Sint-Hubrechts zwakzinnigen wier ziekte in de middeleeuwen als zodanig niet erkend werd.
Het Sint-Janshospitaal had geen plaats voor psychiatrische patiënten waardoor die, zeker voor 1400, vaak bij de melaatsen werden geherbergd. Sommige zieken werden tegen betaling in particuliere huizen verpleegd.

In 1400 werd in het huis van Joris de Muntere in de Boeveriestraat het ‘dullenhuis’ Sint-Hubrechts geopend als een stedelijke instelling voor de verzorging van krankzinnigen, terwijl er ook vondelingen werden ondergebracht.

De verzorging gebeurde door de conciërge, terwijl zijn vrouw zich over de vondelingen ontfermde. De conciërge moest toezicht houden op de boeien waaraan de krankzinnigen gekluisterd lagen en eens in de maand de cellen reinigen en van vers stro voorzien.

Patiënten die een kwalijke bui doormaakten, werden in volledige duisternis opgesloten. Het was de stadsmagistraat die de patiënten van het’ dulhuis’ aannam en er voor zorgde dat de conciërge over voldoende financiële middelen voor hun onderhoud beschikte.  Zo kregen de patiënten in de winter drie maaltijden per dag, overwegend bestaande uit tarwebrood, boter, vlees of kaas en ‘potagie’. In de zomer kregen ze vier maaltijden.

In 1600 fuseerde Sint-Hubrechts met zijn overbuur, het Sint-Juliaansgasthuis, waar verder voor de patiënten werd gezorgd. Sint-Hubrechts zelf werd n 1614 aangekocht door de broers Gerard en Herman van Volden. Ze stichtten er een godshuis voor acht ouden mannen en een conciërge.
In 1844 keerde de instelling terug naar zijn oorspronkelijke doel en werd het een bijhuis van het krankzinnigengesticht. 
In 1798, tijdens de Franse bezetting, werden de broeders en zusters ontslagen en werd de zorg  voor de patiënten aan leken toevertrouwd. Dat bleek geen goed idee en in 1839 werd van stadswege contact opgenomen met kanunnik Petrus Maes voor de overname van het gasthuis. Het aanbod werd aanvaard en de zorg voor de psychiatrische patiënten kwam in handen van de congregatie van de Zusters der Barmhartigheid Jesu.

De hoofdopdracht van deze congregatie: liefde tot God en liefde tot de medemens, gedragen door de barmhartigheid van Jezus zelf om zo de psychisch lijdende mens in al zijn noden bij te staan.
In het begin van de vorige eeuw raakte de infrastructuur van het Sint-Juliaansgesticht zo verouderd, dat de bouw van een nieuwe instelling voor geesteszieken zich opdrong. 

Net buiten de stadspoort werd een domein van 40 hectaren geschikt bevonden. Op 8 december 1906 startte men o.l.v. architect Jules Coomans - hij ontwierp in Brugge ook de linkervleugel van het Provinciaal Hof en het Mariaportaal van het Sint-Janshospitaal - het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis.

De mannelijke patiënten verbleven nog in de Boeveriestraat onder de Broeders van Liefde, alvorens in 1931 naar Beernem te verhuizen.
(Bron:Chris Weymeis in “Brugge van Academiestraat tot Zwijnstraat, deel 1, pg 63-66)




Het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw vandaag

De ononderbroken evolutie in de geestelijke gezondheidszorg leidde ook tot de intrede van gespecialiseerde leken. Zij zetten de opdracht die de Congregatie van de Zusters van de Bermhertigheid Jesu bij hun stichting in 1842 meekregen op een eigentijdse manier verder.

Op 1 januari 2000 droeg de VZW Zusters van de Bermhertigheid Jesu de exploitatie van het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw via erfpacht over aan een nieuwe VZW Gezondheidszorg ‘Bermhertigheid Jesu'.

Het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw is vandaag de dag een algemeen psychiatrisch ziekenhuis met 412 bedden en plaatsen, ingebed in het Netwerk Geestelijke Gezondheidszorg Noord-West-Vlaanderen. In vijf deelklinieken zijn volgende specialisaties uitgebouwd: verslaafdenzorg, psychosenzorg, ouderenpsychiatrie, persoonlijkheidsstoornissen en depressies en psychiatrische intensieve behandeling.  Daarnaast is er ook een rehabilitatieafdeling. 

Ruim vijfhonderd personeelsleden zijn er tewerkgesteld. 
Het Psychiatrisch Verzorgingstehuis Sint-Augustinus met 60 bedden maakt deel uit van dezelfde VZW.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten