maandag 3 november 2014

De legende van de gouden draak

Als je vanaf de Dijver in de Eekhoutstraat komt zie je op je linkerkant, nummer 5, een mooi herenhuis met een gouden draak bovenop de trapgevel. Het huis heet “In de gouden draecke”.


De gouden draak op het huis
Hier in de draecke Eekhoutstraat

Deze draak verwijst naar een  historisch feit. Het is een zwarte bladzijde in Brugse geschiedenis, namelijk de slag bij het Beverhoutsveld. De Gentenaars brachten op 3 mei 1382 het leger van de graaf een smadelijke nederlaag toe. Dit gebeurde zo’n 10 km buiten de Brugse stadspoorten. Het was een belangrijke fase in de opstand van Gent onder leiding van Filips van Artevelde (1340-1382) tegen Lodewijk II van Male (1330-1384), graaf van Vlaanderen.

De Gentenaren verlieten de stad langs de Eekhoutstraat richting Gent met de Brugse, gouden draak als oorlogsbuit. Althans , volgens de legende…

De legende

Onder graaf Boudewijn IX belegerden de Gentenaren en de Bruggelingen samen de stad Constantinopel. De koningsdochter, Blanca, werd daarbij door de Bruggelingen gevangen genomen en ter plaatse in één der talrijke torens opgesloten. Na het vergrendelen van de deur vloog opeens een draak naderbij waardoor de bewakers de vlucht namen. De koning werd hopeloos en riep hulp in van de Gentenaars. Boudewijn IX verzamelde zijn manschappen en ging ten strijde tegen de draak. Doch telkens zij naderbij kwamen blies de draak ze terug met een stinkende rookwolk. De moedige Gentenaars waagden nog een tweede poging doch de draak was niet te overwinnen. Er zat niks meer op dan terug te keren naar het kamp.

De teleurgestelde koning bood de Gentenaars nog een schatkist aan, doch bleek dit een hopeloze poging. Maar de Bruggelingen vernamen het nieuws van de schatkist en namen initiatief de koning te overtuigen zijn dochter te redden mits dezelfde beloning zou volgen als aan de Gentenaars beloofd. De koning, die ten alle prijze zijn dochter wou redden, aarzelde geen ogenblik en stemde toe.

De Bruggelingen verzamelden zich rond een dampende kookpot waarbij zij de inhoud van een klein flesje aan toevoegden. Vervolgens werd de pot tot in de nabijheid van de draak geplaatst, waarbij deze onmiddellijk zijn honger stilde. Na zich te hebben voldaan aan het aangebodene viel de draak in slaap. Van deze situatie gebruik makende werd de draak de finale doodsteek toegebracht en vertrokken de Bruggelingen per schip, de buit ingeladen, inclusief Blanca, doch de Gentenaren en de koning achterlatende.

Aangekomen aan de mooiste stranden van het westen werd ter ere van Blanca de plaats waar zij hun schip aanlegden “Blanca-Bergen” (Blankenbergen) genoemd. De triomftocht werd verder gezet naar Brugge alwaar de draak als zegeteken op de St.-Donaaskerk werd geplaatst.

De Gentenaars waren uit op wraak. Onder leiding van Philip Van Artevelde kozen 3 mei 1382, dag van de Heilig Bloedprocessie,  uit om de stad Brugge aan te vallen en de draak te heroveren.
(Deze legende kwam al eerder aan bod in het verhaal van de Blinde Ezel.)


Het huis “In de gouden draecke”

Diephuis van drie traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak  met Vlaamse pannen, uit 16de eeuw. Trapgevel met dubbelhuisopstand geritmeerd door Brugse traveeën,  resultaat van een verfraaiende "Kunstige Herstelling" van 1898 naar ontwerp van architect C. De Wulf , die voortging op de resterende elementen en ze vervolledigde in neogotische stijl.


Het huis “Hier in de draecke”

De gevelsteen "In de gouden draecke"

De Eekhoutstraat

Volgens sommigen betekende eekhout hier niet eikenhout, maar hout in een eek. Een eek was een laagland, dat 's winters onder water kwam te staan. In zo'n eek groeide laag houtgewas, dat hakhout opleverde. Vandaar eekhout. Volgens anderen was er op deze plaats een eikenbos dat mogelijks eeuwenlang de plek was van een bomencultus.

De straat zou haar naam te danken aan de abdij van de Eeckhoutte die in de 11de eeuw werd opgericht en omstreeks 1146 werd bevolkt door reguliere kanunniken van Sint-Augustinus en een belangrijke rol speelde in de geschiedenis van Brugge.

De Eekhoutabdij bezette een groot terrein ten zuiden van de Dijver. Ze werd opgeheven tijdens de Franse overheersing en kerk en klooster werden afgebroken. De oppervlakte werd ingenomen door de Bank Du Jardin (thans seniorie Ten Eekhoutte en Sint-Andreaslyceum), de stad Brugge (thans Groeningemuseum) en heel wat particulieren.

Op de hoek van de Eekhoutstraat en de Willemstraat werden in de jaren 1990 archeologische resten aangetroffen die dateren uit de Nieuwe Steentijd (2.000 voor Christus). Ze zijn de oudste tekenen tot dusver van menselijke aanwezigheid op de plek van de huidige stad Brugge. (bron : Wikipedia)

Oude trapgevels in de Eekhoutstraat


Eekhoutabdij

De Eekhoutabdij was een middeleeuwse religieuze instelling te Brugge. Ze werd bewoond door augustijner kanunniken.

De oorsprong van deze abdij werd toegeschreven aan de vestiging van de kluizenaar Everelmus omstreeks 1050. Door gebrek aan doorslaggevend bewijs werd dit recentelijk echter in twijfel getrokken. Pas in 1130 is het eerste schriftelijke bewijs voor deze abdij terug te vinden. De abdij is toegewijd aan Sint Bartholomeus. In 1146 sluit men zich aan bij de orde van Arrouaise, waardoor men de regel van Augustinus volgt. Hierop volgt de splitsing tussen de vrouwenabdij (richting Sint-Trudoabdij) en de mannenabdij die op het terrein nabij het Brugse stadscentrum blijft.

De abdij kende lange tijd een zeer sluimerend bestaan en werd met de Franse Revolutie opgeheven en afgebroken. Heden rest enkel nog de toegangspoort in de Eekhoutstraat (1790).

de oude toegangspoort naast "Huis de Meester"
De Eekhoutabdij eind 18de eeuw.
Links de ingangspoort welke nu nog bestaat.



Graaf Boudewijn IX

Boudewijn (°Valencijn, juli 1171 en +Bulgarije, 1205) was als Boudewijn IX graaf van Vlaanderen van 1194 tot 1205, als Boudewijn VI graaf van Henegouwen van 1195 tot 1205, en als Boudewijn I in de jaren 1204 en 1205 de eerste keizer van het Latijns Keizerrijk van Constantinopel.

In 1199 legden Boudewijn en zijn echtgenote in de Sint-Donatiuskerk te Brugge de kruisvaartgelofte af. Zodoende verliet hij op 14 april 1202 zijn graafschap om zich aan te sluiten bij de Vierde Kruistocht, die niet het Heilig Land, maar Constantinopel als doel had.

Nadat de kruisvaarders Constantinopel ingenomen en de legitieme keizer Alexius V verdreven hadden, werd Boudewijn op 9 mei 1204 tot eerste Latijnse keizer van Constantinopel uitgeroepen en op 16 mei in de Agia Sophia gekroond. 


Boudewijn IX vertrekt op kruisvaart naar Constantinopel

Veel kon Boudewijn als keizer niet realiseren, want reeds in april van het volgende jaar viel hij in handen van de Bulgaren. Sindsdien werd nooit meer een spoor van hem teruggevonden.  
Volgens de lokale folkore in Veliko Tarnovo, hoofdstad van het Tweede Bulgaarse Koninkrijk, werd Boudewijn gevangen gezet in een toren in de muur van de vesting Tsarevets. Dit torentje is nog altijd te zien en wordt lokaal Boudewijns Toren genoemde.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten