maandag 3 november 2014

De legende van Sint-Joris en de draak

De legende van Sint-Joris en de draak is eigenlijk geen typisch Brugse legende, maar omdat het beeld van Sint-Joris zo aanwezig is in de stad heb ik ze – niet zonder enige zin voor humor -  naar Brugge vertaald.
(Klik, zoals steeds, op de afbeeldingen om een groter exemplaar te bekijken)


Sint-Joris en de draak - Gustave Moreau

Lang, heel lang geleden gebeurde er elk jaar iets vreselijks in Brugge. In de Assebroekse Meersen huisde toen een draak met wel vier koppen en een vreselijk stinkende adem. Al van ver kon je de stank van de solfer ruiken. Niemand durfde de draak te benaderen, en wie dat wel probeerde werd nooit meer teruggezien.  De draak verslond dagelijks twee schapen die het uit de meersen plukte.

Maar één keer per jaar - op nieuwjaarsdag - verscheen de draak voor de Gentpoort en eiste het mooiste meisje van de stad om op te peuzelen.  Ja, als je heel het jaar aan een taaie schapenbout hebt moeten knagen verlang je op nieuwjaar wel eens een mals billetje. Hoe zou je zelf zijn?

Maar omdat alle meisjes van Brugge even mooi waren, en omdat politici in die tijd nog rechtvaardige mensen waren, deed de burgemeester de namen van alle Brugse maagden in een grote pot en werd er eentje getrokken. Die ongelukkige was dan degene die, wenend en trillend als een riet, naar de draak werd gezonden.

Zoals elke jaar waren de bruggelingen ook nu weer bang. Welk meisje zou het lot dit keer aanwijzen? Het zal maar je dochter wezen. Ook deze keer verscheen de draak aan de Gentpoort en eiste het liefste meisje van de stad. Op het balkonnetje van het stadhuis trok de burgemeester met bevende hand het lot. Het hele Burgplein hield de adem in…

De burgemeester werd lijkbleek toen hij de naam op het briefje las, want daarop stond de naam van zijn bloedeigen dochter: Reinhilde. Wat nu? Hij kon niet snel een nieuw lot trekken, want de hele Burg had het gezien. Hij moest zijn enige dochter wel cadeau doen aan de draak. Wat vreselijk! En hoe moest hij dat aan zijn vrouw vertellen? Thuis was zijn vrouw de échte burgemeester van Brugge, en die zag het hele verhaal natuurlijk niet zitten. Hij moest maar met een ander idee op de proppen komen.

"Ik zal alle ridders de uitdaging geven de draak te doden.  Als beloning mag de ridder die de draak doodt met onze dochter trouwen." besliste hij.

Zo gezegd, zo gedaan. Een boodschapper ging in Brugge van deur tot deur op zoek naar dappere ridders die de draak wilden doden. Maar nergens vond hij er één thuis. Ze deden het in de broek bij de gedachte aan de draak alleen al. En daarbij… ze waren al getrouwd…

Er was één man in de stad die de draak wel durfde doden, maar hij was maar een gewone boer. Hij heette Joris. Joris meldde zich toch bij de heraut. "Ik wil die draak doden!", zei hij. De heraut ging het onverhoopte nieuws aan de burgemeester vertellen. Die vond het goed en al snel wist heel Brugge dat Joris zijn leven ging wagen voor de mooie ogen van de dochter van de burgemeester.

Joris had echter een probleem. Omdat hij geen ridder was had hij helemaal geen wapenuitrusting. Hij had geen speer, geen schild, zelfs geen paard. Hij had – behalve  een oude boerenknol – nog nooit een paard bereden. Maar de burgemeester leende hem zijn spullen uit en gaf hem raad.

Laat Reinhilde met mij meegaan”, zei Joris, “maar laat haar boven haar lijfje een zwart gekleurd schapenvacht aantrekken.”

De Brugse Markt zag zwart van het volk toen Joris, een beetje onhandig op zijn paard gezeten, onder luid applaus vertrok. Achter hem zat Reinhilde,  gekleed in een zwart schapenvel, maar bleek van de schrik.  “Leve Joris!” riepen de mensen. Maar in hun binnenste dachten ze : “Die twee zien we in Brugge nooit meer terug”.

Joris en Reinhilde dwaalden door de streek rond Brugge op zoek naar de draak.  Opeens stopte het paard met lopen en Joris zat ineens stokstijf stil. In de verte hoorden ze het gehijg en gebrul van de draak.
Ze werden nu toch wel bang. Toch dacht hij er niet over om nu terug te keren en te melden dat hij niet durfde. Nee, dat zou te gemakkelijk zijn. Hij gaf zijn paard de sporen en het galoppeerde in de richting waar het geluid vandaan kwam. Plotseling stopte het paard. Joris keek tegen het grote, lompe lichaam van de draak aan. De draak spuwde vuur en probeerde Joris van zijn paard te stoten.

Wacht!”, riep Joris uit. “Voor je mij wil vermorzelen moet je eerst een raadsel oplossen.” Hij wist dat draken dol zijn op raadsels omdat ze graag worden uitgedaagd.  Dat komt omdat het gewoon nooit gebeurt.

De draak bleef als versteend staan. “Vertel op!” brulde ze.
Wat is een zwarte schaap?” riep Joris.  De draak, die Reinhilde nu ook had bemerkt, peinsde zich suf. Dat raadsel had ze nog nooit gehoord. Met elk van haar vier koppen staarde ze in de wolken en zocht vertwijfeld naar  het antwoord.

Joris maakte van haar onoplettendheid gebruik, nam zijn speer stevig in de hand en stak toe. De draak viel kreunend en steunend dood neer. Joris had gewonnen. De burgemeester had als eis gesteld dat hij één van de koppen van de draak zou meenemen als bewijs dat de draak echt dood was.  Joris' zwaard hakte een kop van de draak in een slag af en hij nam hem mee naar Brugge.

Toen de Bruggelingen van op de Gentpoort Joris en Reinhilde in de verte zagen terugkeren steeg een luid gejuich op. "Hoera, hoera! De draak is gedood!”, riepen ze in koor.
De burgemeester, die al die tijd in de Sint-Donaaskerk had gebeden voor een goede afloop, hoorde het gejoel en kwam naar buiten gerend.

"Gefeliciteerd  jongeman," zei hij, "jij bent een echte Brugse held! Je mag met mijn dochter trouwen en voortaan ben je een echte, dappere ridder."

In heel Brugge werd er feest gevierd als nooit tevoren. Iedereen was dolgelukkig. Ridder Joris en Reinhilde gingen in een huisje in het Genthof wonen, en boven de deur lieten ze een mooi beeld aanbrengen van Joris en de draak. De draak… ? Die heeft men nooit meer levend teruggezien.
Genthof nr 29 (foto Rudi Vandeputte)



De geschiedenis van Joris van Lydda, Palestina & Kappadocië

Over de vraag of Sint-Joris echt bestaan heeft zijn de meningen verdeeld. Volgens Heiligen.net wel.  zie: http://www.heiligen.net/heiligen/04/23/04-23-0303-georgius-lydda.php
Volgens anderen berust het meeste wat bekend is over Sint-Joris op legendes.
Ongeveer 6 eeuwen lang werd Sint-Joris vereerd zonder dat er sprake was van de draak waarmee hij nu gewoonlijk wordt voorgesteld. Het was pas in de Middeleeuwen, in  de 13de  eeuw, dat dit dier ten tonele verscheen in de Legenda Sanctorum, geschreven door Jacobus da Voragine, de dominikaner aartsbisschop van Genua.
In het verhaal van Jacobus da Voragine is Joris een tribuun van het Romeinse leger en hij laat onze held door Lybië rijden, in de omgeving van Silena, waar hij de vreselijke draak ontmoet.

De legende van Sint-Joris en de draak

“De legers waren reeds verschillende keren voor het monster op de vlucht geslagen en om de draak enigszins te kalmeren begon men dagelijks twee schapen te offeren. Toen de kudden sterk verminderden, offerde men een schaap en een menselijk wezen, door lottrekking aangeduid. En op de dag dat de dochter van de koning door het lot werd verkozen bereikte Joris de stad.

De bejaarde koning was bereid de helft van zijn koninkrijk op te offeren indien zijn dochter gespaard bleef.  Doch zijn landgenoten bedreigden hem met brandstichting indien de vorst de door hem zelf bevolen decreten niet ten uitvoer bracht.

's Konings dochter verliet wenend het ouderlijk slot en op haar weg naar het monster ontmoette ze een edele jonge ridder te paard. Hij vroeg haar naar de oorzaak van haar tranen en ze vertelde hem het verhaal, waarop Joris zich wapende met het teken van het kruis. Na een gebed trok hij zijn zwaard en kwetste de draak dermate dat hij in elkaar zeeg.
Joris vroeg de prinses haar gordel om de nek van de draak te binden. Het monster volgde haar gedwee naar de stad. Tijdens het gevecht was de bevolking naar de omliggende heuvels gevlucht. Joris liet hen terugkeren en maande hen aan in Christus te geloven en zich te laten dopen. Voor de draak hoefden ze niet meer te vrezen. Volgens de legende werden die dag 20.000 mannen gedoopt en ook zeer veel vrouwen en kinderen.”

Sint-Joris is één van de heiligen waarvan niet zeker is dat hij ooit heeft geleefd. Men zegt dat hij zou stammen uit een christelijke familie uit Kappadocië en hij wordt ook geacht een Romeins tribuun te zijn. Nochtans is het helemaal niet zeker dat hij ooit in enig leger diende.
Sint-Joris wordt verondersteld één van de christenen te zijn die weigerden hun christen geloof af te zweren.  Ze werden ter dood veroordeeld in Nicomedia, een stad op de Aziatische kust van de Bosphorus, tijdens de vervolgingen door keizer Diocletianus in 303.

Sint-Joris, ook gekend als Gregorius van Lydda, zou zijn onthoofd op 23 april, nog altijd zijn naamfeest.

Hij is patroon van de plaatsen Luik, Sint-Joris (gem. Nieuwpoort), Sint-Joris-ten-Distel (gem. Beernem.), Sint-Joris-Weert (gem. Oud-Heverlee), Sint-Joris-Winge (gem. Tielt-Winge).



Sint-Joris doodt de draak - Rogier van der Weyden

Iconografie

Sint-Joris wordt traditioneel afgebeeld met een draak.  De draak staat hierbij symbool voor het heidendom. Het verslaan van de draak symboliseert de bekering van een heidens land of stad tot het christendom.

Men vindt in Brugge afbeeldingen van Sint-Joris in het Genthof nr. 29, boven de deur van de Genuese Loge (Vlamingstraat 33), op de Markt nr. 24, en in de Sint-Jorisstraat nr. 35.
Sint-Joris is ook één van de vier heiligenfiguren boven de deur van het Pijndershuisje op het Jan Van Eyckplein, en hij prijkt ook op de torenspits van de Poortersloge.


Genuese loge (Saaihalle) Vlamingstraat nr. 33

Markt nr. 24

Sint-Jorisstraat nr. 35(foto Rudy Vandeputte)

Sint-Joris  op de Poortersloge

Sint-Joris (links) aan het Pyndershuis (Jan van Ecykplein)


Het schilderij van Jan van Eyck, Madonna met kanunnik Joris van der Paele

Ook in het schilderij van Jan van Eyck, Madonna met kanunnik Joris van der Paele (Groeningemuseum) staat Sint-Joris afgebeeld als patroonheilige van de kanunnik. Dit is echter niet de enige reden waarom de heilige hier is afgebeeld. De Sint-Donaaskerk zou namelijk in het bezit zijn geweest van een bot uit de arm van de heilige. Dit relikwie was één van de belangrijkste schatten van de kerk.

Op de lijst, rechts van hem, staat een opschrift dat naar hem verwijst. Het Latijnse opschrift betekent ‘Geboren in Cappadocië, streed hij voor Christus, de wereldse genietingen vluchtend, overwon hij door de dood en versloeg de draak'.




Huis De Patience aan de Spinolarei  nr. 2

In de benedenkamer van huis De Patience is in 1993 een laatmiddeleeuwse muurschildering van hoge kwaliteit (her)ontdekt die inmiddels is gerestaureerd. Sint-Joris en de draak is het centrale motief. Daarom veronderstelt men soms dat de ruimte gebruikt werd als vergaderzaal voor de Sint-Jorisgilde. Of was het de nieuw ingerichte feestzaal voor het societyhuwelijk van Jan van der Buerse met Gertrude Bave in 1396?




De Koninklijke kruisbooggilde Sint-Joris en Sint-Denijs

Het begin van de Brugse Koninklijke kruisbooggilde Sint-Joris en Sint-Denijs moet men zoeken in de 13de eeuw. Steden richtten schuttersverenigingen in geval van oorlog. Niet iedereen mocht lid worden van een schuttersgilde. In vele gevallen was dit voorrecht voorbehouden aan de poorters van de stad. De gilde zelf werd genoemd naar Sint-Joris, de drakendoder, en Sint-Denijs.

De gilde had reeds van het begin een groot aanzien. In de Heilig-Bloedprocessie, de Ommeghange, liepen de leden van de gilde direct achter het schrijn van het Heilig Bloed.
Maar de gilde werd ook ingezet in oorlogen. In 1382 werden ze ingezet als onderdeel van Franse leger tegen Gent. In 1436 deden ze mee aan het beleg van Kales.

De gilde groeide zo dat ze voor 1400 werd opgesplitst in het Oudhof en Jonghof. Het Jonghof was, zoals de naam het zegt, voor de jongere leden. Het Oudhof omvatte de oudere leden. De beide gilden bleven naast elkaar bestaan tot 1786. Op dat moment was hun militaire rol reeds lang uitgespeeld. Hun enige doel was het beoefenen van het kruisboogschieten.
Sint-Jorisgilde (kruisboogschieten)
Stijn Streuvelstraat 59




De toren van het Oudhof in de Sint-Jorisstraat op een prentkaart uit 1900


De Sint-Jorisstraat

Toen ze werd aangelegd heette deze straat Buten de Vlamincpoorte .  Op de kaart van Marcus Gerards uit 1562 staat ze bekend als Vlamynkdam (of Vlaeminckdam). Het is pas in het begin van de 19de  eeuw dat de Vlamingdam veranderd werd in Sint-Jorisstraat
.
De bedoeling was duidelijk: men wilde de nadruk leggen op de sinds eeuwen aanwezige en, na de revolutietijd, opnieuw actief geworden kruisbooggilde van Sint-Joris. Een paar decennia na het invoeren van die straatnaam, verdween de gilde. Op de plek waar vroeger het gildenhuis en de doelen stonden, werd de rijksnormaalschool gebouwd. Alleen de vierkante toren van het gildenhuis bleef overeind en stond er gedurende bijna twee eeuwen als ruïneus gebouw bij, hoewel het als monument beschermd was.

De sierlijke bakstenen traptoren van het Oudhof van de Sint-Jorisgilde is op een kraagsteen 1508 gedateerd. Dit voorbeeld van prille renaissance in het 'gotische Brugge' is het enige restant van het Oudhof dat bij de bouw van de Rijksnormaalschool in 1879-1883 bewaard bleef en zou toen gerestaureerd worden. Om onbekende redenen gebeurde dat niet en was het nog wachten tot 2010.
De gerestaureerde toren van het Oudhof
foto: Andries van den Abeele


De “Vlamingdam” bleef in de volksmond als straatnaam voortleven en om die reden besliste het stadsbestuur in 1936 het gedeelte van de straat, vanaf de Rijksnormaalschool tot aan de ringlaan, opnieuw de naam Vlamingdam te geven.

Het restaurant Sint-Joris op de Markt te Brugge

Reeds meer dan 40 jaar wordt restaurant Sint-Joris op de Markt in Brugge uitgebaat door dezelfde familie. In 2013 werd het interieur van het historische pand volledig gestript en opnieuw opgebouwd. Achter de typische gevel en onder de 13deeeuwse moeder- en kinderbalken ontdek je een hedendaags interieur met veel hout en warme tinten, die voor de gezellige sfeer zorgen.

De artisanale keuken is op en top Belgisch, met de gekende traditionele gerechten als paling in ‘t groen, steaks, ribbetjes ‘Jan Breydel’, garnaalkroketten, witloof met ham in de oven en vispannetje. Je kan er terecht voor de dagelijkse lunch en kan er ook kiezen uit de vegetarische gerechten. Er wordt uitsluitend gewerkt met kwalitatieve streekproducten, zoals natuurvlees van eigen kweek (natuurvlees Dobbelaere - Damme).







1 opmerking:

  1. dit is echt een super vet verhaal 2777 keer gelezen en het is nooit vervelend dus ik hoop dat jullie ok meer van deze soort berichten krijgen groetjes anoniem iemand.

    BeantwoordenVerwijderen