vrijdag 31 oktober 2014

De legende van de Blinde Ezelstraat


Het straatje met de meest merkwaardige naam in Brugge is ongetwijfeld de Blinde Ezelstraat naast het stadhuis. Je kan een ezel zijn, tot daar aan toe, maar een blinde ezel dan nog…  Een mooie legende verhaalt hoe het straatje aan zijn naam kwam. We moeten ver teruggaan in de tijd, tot in 1382…


De Blinde Ezelstraat op een oude prentkaart


In het jaar des Heren 1382 omstreeks Pasen hadden die van Gent geen graan en - gedwongen door voedselgebrek - hadden ze vurig maar op nederige wijze om vrede verzocht. In verband daarmee beval Filips van Artevelde (niet te verwarren met Jacob van Artevelde) dat ze hem moesten volgen naar Brugge, waar graaf Lodewijk verbleef en ze zetten op hun mouw: “Help God en die hem volgen.” Op de derde mei bereikten ze in alle vroegte het Beverhoutsveld op de grens van Assebroek, Beernem en Oostkamp. Na de middag meldden de Bruggelingen dit aan Lodewijk II van Male, graaf van Vlaanderen.

De Brugse mannen wilden er weldra op uit trekken, die van Gent tegemoet, om hen te bevechten.  Maar heer Heulaert van Poucke en nog anderen uit de raad van de vorst adviseerden ervan af te zien omdat het volk zeer vermoeid was door de Heilig-Bloedprocessie, omdat er veel vreemd volk was binnen de stad en omdat velen stevig hadden gedronken. Deze wijze raad viel bij de overmoedige Burggelingen niet in goede aarde.  Zonder overleg en zonder leider die hen kon aanvoeren, liepen ze volstrekt wanordelijk de Gentpoort uit. Sommigen waren stomdronken, anderen stevig aangeschoten, waardoor ze nauwelijks in staat waren te vechten. En zo werden ze één voor één door de Gentenaren doodgeslagen, als kuikens zonder enige geestkracht of verweer. En de Gentenaren naderden steeds dichter tot Brugge.

Uiteindelijk, omstreeks het einde van de middag, trok Heulaert van Poucke met een legertje naar Assebroek, in een poging om de opmars der Gentenaren te stuiten. Daar werd op grote schaal zwaar gevochten, en uiteindelijk werden de Bruggelingen in de pan gehakt. Hierdoor kwamen die van Gent in de duisternis van de avond Brugge binnen door de Gentpoort, die ze open aantroffen.  Zo trokken ze op naar de markt, waarbij niemand hun tegenstand bood.  Filips van Artevelde bleef op de markt voor het Belfort wachten en de anderen trokken naar de Beurs, de Grauwwerkersstraat, de St.-Jacobsstraat en de Oude Zak en trokken een spoor van bloed doorheen Brugge.
 (uit: 'Excellente cronicke van Vlaenderen'  - 15de eeuw)


De slag op het Beverhoutsveld
Chroniques de Froissart - 15de eeuw


Bijna was de graaf Lodewijk zelf vermoord in de Sint-Amandsstraat als niet een paar van zijn mannen dit verhinderd hadden. Daaraan is ook een anekdote verbonden die vertelt dat de graaf zich verstopte in een armoedig huisje van een weduwe aan de Sint-Amandskapel bij de Markt. Hij liet er zijn wapenuitrusting achter en vermomde zich in armoedige kleren. Daarna vluchtte de graaf Lodewijk Brugge uit. Hij werd in een klein bootje bij de brug over het Minnewater tot buiten de vestingwerken gebracht. Daar besteeg hij een merrie en reed naar Roeselare en verder tot Rijsel."

’s Anderendaags zaten de Gentenaars op de Burg te drinken en hun overwinning te vieren.  Hun oog viel op de mooie, gouden draak die de toren van de Sint-Donaaskathedraal sierde. Die draak wilden ze wel als oorlogsbuit naar Gent meevoeren. De “Stroppen” laadden de draak op een wagen en reden hem naar het straatje naast het stadhuis. Toen had het straatje nog geen naam. “Naar Gent ermee!” riepen ze in koor, “we plaatsen deze draak op ons belfort!

Dat hoorden ook de ezels die voor de wagen gespannen waren. Het waren Brugse ezels. Koppige dus. Wat de voerlui ook vloekten en sakkerden, de ezels weigerden ook maar één poot te verzetten. 't Was alsof ze niet wilden dat hun draak uit hun stad weggevoerd werd. Het wagenstel met de draak bleef roerloos staan.

De Gentenaars wisten zich geen raad. Ze hadden al geprobeerd met een wortel voor de neus van de ezels en met peper onder hun staart. Niets hielp. Tot één van de Stroppen op een barbaars idee kwam: “Brand ze de ogen uit!”, riep hij. En echt hoor! Men gloeide een ijzeren staaf en brandde de ongelukkige dieren de ogen uit. “Vooruit! Naar Gent!”, vloekte de ezeldrijver. De arme beesten wisten nu niet meer waar ze liepen. Ze zagen geen distel meer voor hun ogen. Naar de Markt of naar de Gentpoort, 't was hen allemaal gelijk. En zo voerden de Gentenaars de mooie draak uit Brugge weg en sindsdien pronkt ze op het Gentse belfort.


De draak op het Gentse Belfort (foto: M. Willems)


Het straatje waar dit alles gebeurde kreeg later, ter ere van die twee brave beestjes, de naam van Blinde Ezelstraat. Later kwam er nog een herberg in dit straatje, die men "In de Blinden Ezel" doopte.

De geschiedenis

Deze legende verwijst naar een waar gebeurd historisch feit. Het is een zwarte bladzijde in Brugse geschiedenis, namelijk de slag bij het Beverhoutsveld. De Gentenaars brachten op 3 mei 1382 het leger van de graaf een smadelijke nederlaag toe. Dit gebeurde zo’n 10 km buiten de Brugse stadspoorten. Het was een belangrijke fase in de opstand van Gent onder leiding van Filips van Artevelde (1340-1382) tegen Lodewijk II van Male (1330-1384), graaf van Vlaanderen. Filips van Artevelde sneuvelde enkele maanden later in een nieuwe confrontatie met de graaf tijdens de Slag bij Westrozebeke. Lodewijk II van Male zelf sneuvelde in 1384 te Sint-Omaars.

Er is zelfs nog een andere legende die herinnert aan deze rampzalige gebeurtenis…  Omdat de Heilig Bloedprocessie die dag uitging gooide de priester, die het reliekschrijn vasthield, die in paniek in het water van de Reie. Maar die legende is stof voor een volgende keer…
Blijkbaar zijn de Gentenaars bijzonder driest te keer zijn gegaan bij hun moordende tocht door de stad. Bij het graven van de Coupure in 1751 stootte men op een oud massagraf. Hier lagen 116 slachtoffers van de Gentse razzia begraven. Op andere plaatsen zijn ook nog vermoorde Bruggelingen bijgezet, waaronder 69 magistraten begraven op de Braamberg, en 91 poorters op een ander kerkhof.

Ook de vergulde draak blijkt geen verzinsel te zijn. Vroeger werden torens en belforten wel vaker bekroond met een Sint-Michielsbeeld die de draak verslaat. Die moest dan als beschermengel van de stad doorgaan. In Brussel staat er trouwens nog steeds een Sint-Michielsbeeld op het stadhuis. Soms wordt het Sint-Michielsbeeld beperkt tot de draak alleen, zoals in Gent het geval is.

En ook de herberg “in de Blinde Ezel” zou vroeger echt in de buurt van de brug over de Reie gestaan hebben. Vroeger was de Vismarkt namelijk nog een graanmarkt. Eeuwenlang werd er graan gemalen en verkocht op de Braamberg. Het is mogelijk dat daar ooit een rosmolen heeft gestaan die aangedreven werd door ezels. De dieren kregen oogkleppen omdat ze anders zouden doldraaien. Misschien komt de naam van de herberg daar vandaan.



De Blinde Ezelbrug op een oude prentkaart

Als je nog eens in Gent op bezoek bent moet je maar eens naar de draak op het belfort kijken en terugdenken aan deze legende.


De draak op het Belfort van Gent
(foto : Marc Willems)

In de Eekhoutstraat, de straat langs waar de Gentenaars de stad weer verlieten,
heeft men op het huis "De Gouden Draak" een verkleinde kopie geplaatst.
Aldus heeft Brugge dan toch nog zijn eigen draak, weze het dan "iets" kleiner dan die van Gent











Geen opmerkingen:

Een reactie posten