woensdag 8 oktober 2014

De legende van de zwarte zwaan.


Het was in de tijd dat Brugge dagelijks overspoeld werd door duizenden bezoekers uit alle hoeken van de wereld dat Jara met haar mama in een klein huisje woonde in de buurt van het brugse begijnhof.Ze was zes jaar. Haar vader had ze nooit gezien. Ze kende alleen zijn naam omdat mama af en toe met hem belde.
Jara had lange donkerblonde haren en lichtgroene ogen. Ze was klein van gestalte en had een schriel gezichtje. Daarom noemde mama haar altijd “Muis”.


In klas wilde het niet zo goed lukken. De schooljuf had aan mama gezegd dat Jara niet goed meekon. Ze zat heel vaak alleen te spelen. Dan praatte ze stilletjes tegen zichzelf en dan hoorde je haar hele verhalen vertellen. De lettertjes en woordjes die ze moest leren kon ze maar niet onthouden, en cijfers dansten telkens voor haar ogen. Hoewel ze er uitzag als een doodgewoon meisje van zes was er toch iets in haar hoofdje dat anders was. Geleerde mensen hadden daar een geleerde naam voor.
Mama had haar gezegd dat ze misschien naar een andere school zou moeten gaan. Een school met kinderen die ook een beetje als Jara waren. De andere kinderen vonden haar maar vreemd. Als er een spelletje gespeeld werd dan deed Jara niet mee. Ze zat meestal stil in een hoekje verhalen te weven.


Als de school uit was dan mocht ze alleen naar huis want mama moest lang werken. Dan ging ze langs het Wijngaardplein en bleef ze elke keer kijken naar de koetsen, de paarden en de zwanen. Vooral de zwanen vond ze heel leuk. Als ze het kleine trapje afging kon ze tot heel dicht bij het water komen. Dan zette ze zich neer en praatte met de zwanen. Ze gaf ze namen zoals sneeuw, parel, snaveltje…
Het leek wel of de zwanen haar ook herkenden en verstonden, want vaak kwamen ze pronkend bij haar in de buurt varen. Vooral als Jara blaadjes in het water gooide kwamen ze dichterbij en kon ze goed met hen praten. Over kabouters, over mama, over de juf en over … zwanen. Ze vertelde dat ze het liefst van al ook een zwaan zou willen zijn. Dat ze mee zou drijven over het water. Dat ze ook zou praten met kleine eenzame meisjes aan de kant. Jara was anders.


Op een dag was Jara na de schooltijd niet naar huis gekomen. Dat gebeurde wel vaker, en mama wist dat ze haar dan kon vinden op het trapje aan het Wijngaardplein. Maar deze keer vond mama haar niet. Ook op school was ze niet meer en mama werd ongerust. Het was al bijna donker toen ze haar verhaal zat te doen in het politiekantoor. Haar ogen waren rood en ze had het gevoel dat ze al duizend keer op de vragen van de politiemensen had geantwoord. Ze probeerden haar gerust te stellen. Ze zouden haar dochter wel vinden… Maar Jara was zoek.

De volgende ochtend zagen de eerste wandelaars iets bijzonder op het water aan de Begijnhofbrug. Een zwarte zwaan dreef statig tussen alle witte zwanen. Het nieuws ging als een lopend vuurtje de stad rond. “Dat moet je zien! Een zwarte zwaan”. Dat had men in Brugge nog nooit gezien.
Al eeuwen hield de stad zwanen op de reien, en er was zelfs een legende aan verbonden. Niemand wist waar de zwarte zwaan vandaan kwam. Sommigen vonden het maar niets! “Een zwarte zwaan hoort hier niet thuis”, zegden ze. “Misschien is ze wel ziek!”. Maar de meeste mensen wilden de zwarte zwaan zien. Ze was wel niet zoals de andere zwanen maar ze was wél mooi. Men had al een naam voor haar bedacht: Burilda Lanchals! De hele stad wilde Burilda zien. De toeristen wilden zelfs met haar op de foto. De kranten schreven over haar. Ze kwam in het televisienieuws. Iedereen had het over die vreemde zwarte zwaan. Waar kwam ze toch vandaan?


Dagenlang bleef Burilda de gemoederen beroeren. Er werd zelfs op haar gejaagd maar men kon haar niet vangen. Iedereen praatte er over. “Waarom laten ze dat brave beest niet met rust?” werd er gezegd. "Ze is hier vanzelf gekomen en ze is hier welkom."
Burilda Lanchals zat nu eens hier dan weer daar. De witte zwanen bleken best aardig met haar te kunnen opschieten. Voor hen was Burilda gewoon “zwaan”. Ze sprak dezelfde taal. Dat ze zwart was maakte helemaal niets uit. Burilda voelde zich best in haar sas. Nog nooit had ze zich zo lekker gevoeld.


De dagen gingen voorbij. In de krant stond een klein stukje over een meisje dat reeds enkele dagen vermist was. “Of iemand haar gezien had…?” Maar niemand bleek er aandacht aan te besteden. “Misschien is haar vader haar komen halen” werd er gezegd. “Dat had je wel vaker in zo’n gezinnen…”
Op een dag was Burilda Lanchals nergens meer te bespeuren. Niemand wist waar ze heen was. Toen men haar overal zocht vond men op het trapje aan het Wijngaardplein een klein meisje van zes. Ze was een beetje anders dan de andere kinderen, maar iedereen was dolblij dat ze terug was. Het was groot nieuws op de eerste pagina van de krant. Jara was terug en ongedeerd! En toen men haar vroeg waar ze al die tijd geweest was glinsterden haar groene oogjes en zei ze stilletjes… “bij de zwanen…


De vroegste vermelding van witte zwanen op de reien treffen we aan in stadsrekeningen van 1403


Burilda Lanchals verbleef een tiental dagen op de Brugse reien in september 2014


Brugge heeft er een nieuwe aantrekkingspool bij: de zwarte zwaan. Het dier, dat Burilda Lanchals werd gedoopt, dobbert nog altijd op de reien en heeft ondertussen het hart van vele Bruggelingen en toeristen gestolen. Nadat de poging om de zwaan te vangen begin deze maand mislukte, is de jacht voorlopig stilgelegd. "Burilda blijft het gespreksonderwerp van de stad", stelt Pol Van Den Driessche. "Bruggelingen en toeristen uit Vlaanderen en buitenland willen weten waar de zwaan uithangt. Iedereen wil Burilda spotten. Ze is een attractie op zich geworden. Je ziet ook aan de explosie van foto's, filmpjes en cartoons dat de zwarte zwaan echt populair is bij de mensen.  (HLN van 11 sept 2014)































































Zoals eerder al gemeld waren er al langer zwanen aanwezig op de Brugse reien. De stad had het zwanenrecht afgekocht van de graven van Vlaanderen en een eerste melding dateert van 1403.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten