maandag 13 oktober 2014

De legende van Sint-Donaas

Op 14 oktober is het de naamdag van de heilige Donatianus of Sint-Donaas, de patroonheilige van de stad Brugge. Daarnaast van boekenschrijvers en drukkers.  Zijn voorspraak wordt ook ingeroepen tegen bliksem, droogte, hagelbuien, onweer, overstromingen en storm.

Hij wordt meestal afgebeeld als bisschop in vol ornaat met een wiel, waarop vijf kaarsjes branden. Eén van de belangrijkste afbeeldingen van de heilige Donaas, is terug te vinden op het bekende schilderij "Madonna met kanunnik Joris van der Paele", door Jan van Eyck, waar hij als patroonheilige van de Sint-Donaaskerk in Brugge optreedt.

Sint-Donaas in het schilderij van Jan van Eyck


Volgens de legende was hij aan zijn eind gekomen doordat hij van een brug werd afgegooid en verdronk. Paus Dionysius die zich toevallig op dat moment te Reims bevond, gaf opdracht een wiel met kaarsjes op het water te laten drijven: waar het wiel niet verder dreef, bevond zich het lijk van de heilige bisschop. Bovendien bleven de kaarsen op het wiel branden.
Een andere versie verhaalt dat Donatianus op de plaats waar het wiel bleef drijven levend uit het water werd gehaald.


Aan het feit dat de jaartallen niet kloppen, kan men zien dat het hier een legende betreft. Er is maar één paus Dionysius geweest in de geschiedenis. Hij stierf in 268. Ruim honderd jaar later valt de marteldood van Donatianus, zodat het nooit Dionysius geweest kan zijn die ten tijde van Donatianus' dood in Reims was. Als dat verhaal op waarheid berust, zou het paus Siricius geweest moeten zijn: hij was in functie van 384 tot 399.
Een andere legende vertelt: "Het gebeurde immers, zo beweert men, dat op een zekere dag, een boze dienstknecht uit wraakzucht de jeugdige knaap in de stroom de Marne wierp. De ouders van Donatianus, om hun verdwenen kind terug te vinden, lieten een wagenwiel, met brandende kaarsen bezet, over de snelle watervloed drijven.  Het wiel, als door Gods hand bestierd, dreef tot op de plaats, waar de drenkeling lag, die - bij middel van dit zonderling reddingsmiddel ontdekt - fris en gezond uit het water werd gehaald. De kaarsen bleven al die tijd branden.”
(werk van Lanceloot Blondeel)
Mirakelverhalen
Over Sint-Donaas werden verschillende mirakelverhalen geschreven.
“In Brugge leefde een stokoud vrouwtje dat gehandicapt was en zich enkel kon voortbewegen door op handen en knieën te kruipen. Velen konden getuigen van het jarenlange lijden van de vrouw, die elke hoop op genezing had opgegeven. Op een nacht verscheen in haar slaap een man, gehuld in een lang priesterkleed, die haar op vaderlijke toon zei dat het moment van genezing was aangebroken. Hij wees haar de Sint-Donaaskerk te Brugge aan. Daar zou ze vergeving voor haar zonden ontvangen en door de patroonheilige van Brugge genezen worden.
Toen ze wakker werd loofde ze God omdat Hij zich verwaardigd had haar lot aan te trekken en vereerde ze Sint-Donaas. Ze besloot echter te wachten tot het vallen van de duisternis en  het luiden van de metten alvorens naar de kerk te gaan.  De metten en het lof waren al bijna afgelopen toen ze zich eindelijk de kerk betrad. Luid jammerend vroeg ze om vergeving van haar zonden. Haar geduld werd beloond. Haar spieren wonnen aan kracht en het bloed circuleerde weer door haar aders, een genezingsproces waardoor de vrouw veel pijn leed.
Op haar geschreeuw “O heilige Donatianus, glorieuze bisschop, kom me ter hulp!”, kwamen de kanunniken en de overige aanwezige gelovigen ter plekke en waren verbaasd over dit wonder. Ze tilden de vrouw op en legden haar neer voor het altaar van Sint-Donatianus. Na een uurtje scheurde de huid open die onder- en bovenbenen zovele jaren samengehouden had. Rechtstaande en huilend van vreugde dankte ze God en de heilige Donatianus.
Ondertussen liep het gerucht van de genezing als een lopend vuurtje door Brugge. De klokken werden geluid en vele inwoners kwamen bijeen in de grafelijke burchtkerk. Ook de  proost en gans het convent van broeders waren aanwezig en hieven gezangen aan waarin ze de heilige dankten.”
Een ander mirakelverhaal:
“In de landstreek, bekend onder de naam Friesland, ligt een gehucht dat door de inwoners Osdenne wordt genoemd, dichtbij een heuvel, de Rorikesberg. In dit gehucht leefde een vrouw Ermengardis. Op zekere dag ging zij naar de Rorikesput met een kruik om water te halen voor haar gezin. Bij de heuvel gekomen, hoorde zij hemelse muziek. Zij ging zitten en viel in slaap. Bij haar ontwaken ontdekte zij tot haar grote schrik dat zij blind was. Acht jaar later verscheen haar de heilige Donatianus die haar aanraadde naar Brugge te gaan om daar op zijn voorspraak genezing te bekomen. Deze vrouw had nooit van Brugge gehoord. Hoe zou zij de weg vinden naar deze onbekende stad? Maar de heilige was zo welwillend haar een eindweegs te vergezellen. In Brugge aangekomen, genas zij op 1 mei 1011 van haar blindheid.”
Afbeeldingen van de heilige Donatianus

Donatianus was de zevende bisschop van Reims en bezette die positie van 360 tot 389 na Chr.

De beenderen van Donaas, die een natuurlijke dood gestorven is, werden oorspronkelijk begraven in Corbie (nabij Amiens), Frankrijk. Vervolgens werden ze naar Torhout overgebracht.

In de 9e eeuw zou Karel de Kale, koning van West-Francia, het gebeente aan graaf Boudewijn I van Vlaanderen geschonken hebben.  Daarover bestaat echter geen zekerheid. Sommige bronnen zeggen dat de relieken van de H. Donatianus in 835 door bisschop Ebbo van Reims aan Anscharius geschonken werden en naar Torhout overgebracht.  Rond 870 zouden de relieken dan door graaf Boudewijn I overgebracht zijn naar Brugge.

Bij de oprichting van het nieuwe bisdom Brugge in 1559 werd de heilige Donaas de patroonheilige van het nieuwe bisdom. Na de Franse Revolutie (1806) en de verkoop en vernietiging van de Sint-Donaaskathedraal (1799), werden de relikwieën van Sint Donaas geplaatst in een nieuw reliekschrijn in de brugse Sint-Salvatorskathedraal.
Sint-Donaaskathedraal  anno 1641

De relieken van Sint-Donaas
( door Geert Souvereyns in “Op het raakvlak van twee landschappen” pg. 133)

In de jaren 940-946 schreef graaf Arnulf I een brief aan zijn schoonbroer, aartsbisschop Hugo van Reims, met de vraag of hij hem meer kon vertellen over Sint-Donaas. Over het leven van deze heilige was bijna niets geweten, behalve dat hij in de vierde eeuw aartsbisschop van Reims was geweest en op een veertiende oktober was overleden. Volgens graaf Arnulf I had zijn grootvader, Boudewijn I, de beenderen van Sint-Donaas ontvangen van aartsbisschop Ebo van Reims. Nadat hij zijn kostbare geschenk eerst had ondergebracht in het klooster van Torhout, zou hij de relieken met de nodige luister hebben overgebracht naar Brugge. Daar verheugden de bewoners zich “om hun aanwezigheid en aanhoudende bescherming die ze boden”, aldus Arnulf in zijn brief.
Deze maquette van de vroege Sint-Donaaskerk stond vroeger
onder de bomen op de Burg. Het is helaas verdwenen.

Middeleeuwse verhalen over de herkomst en overdracht van relieken dienen altijd met de nodige argwaan gelezen te worden. Opkomende machtshebbers zochten de ideologische rechtvaardiging van hun macht in het christendom. Het bezit van relieken paste in deze strategie. Zij golden als bewijs van de goddelijke bescherming die de vorsten genoten en leverden hen veel prestige op. Relieken hadden immers een grote aantrekkingskracht op de middeleeuwse gelovigen.

Een middeleeuwse vorst had er dan ook veel voor over om in het bezit te komen van relieken. Desnoods liet hij door zijn kanselarij of bevriende kloosters subtiel oorkonden vervalsen of verhalen neerschrijven die zijn rechtmatige aanspraken op de relieken kracht moesten bijzetten.

Om die reden zullen we ook nooit te weten komen hoe de beenderen van Sint-Donaas uiteindelijk in Brugge belandden. Wel is duidelijk dat Arnulf I heel wat inspanningen deed om de cultus van Sint-Donaas te bevorderen. Zo droeg hij de kerk, die hij liet bouwen in de nabijheid van zijn burcht in Brugge, op aan deze heilige. De relieken van Sint-Donaas vonden er een indrukwekkend onderkomen.

Aartsbisschop Hugo van Reims kon Arnulf I geen informatie verstrekken over het leven van de heilige. Dat verhinderde echter niet zijn verering. Om de heilige toch meer tastbaar te maken, boetseerden de kanunniken van het Brugse Sint-Donaaskapittel dan maar zelf een beeld van de heilige man via de verhalen die zij schreven over de wonderen die Sint-Donaas na zijn dood verrichte. Hij kreeg zelfs gelaatstrekken, die een opmerkelijke gelijkenis vertoonden met die van Karel de Grote. De aanwezigheid van de relieken in de burchtkerk leverde niet alleen de nodige prestige op voor het Vlaamse gravengeslacht, maar vergrootte ook de aantrekkingskracht van de Brugse nederzetting, die volop in ontwikkeling was.

Het reliekschrijn van de heilige Donatianus
wordt  meegedragen 
in de Heilig Bloedprocessie


Geen opmerkingen:

Een reactie posten