woensdag 8 oktober 2014

De legende van Serena en de Brugse kant

In de 15de eeuw leefde er in het huis op ’t einde van de Garre een beeldschoon meisje, Serena, samen met haar vader, haar moeder Barbara, haar broertjes en zusjes. Zo mooi was ze dat heel wat brugse jonge kerels stiekem hoopten met haar te kunnen trouwen.
Serena en haar moeder deden samen het huishouden voor het grote gezin, en in de weinige vrije tijd die ze hadden deden ze wat al de gewone brugse vrouwen deden: spinnen.
Serena’s vader was een schipper en voer overzee in opdracht van meester Ryckaert, een rijke handelaar, die aan de overkant van de Reie woonde.

Mettertijd waren Serena en Arnold, de zoon van meester Ryckaert in stilte verliefd geworden.

Maar op zekere dag kwam het verschrikkelijke nieuws: het schip van Serena’s vader was met man en muis vergaan in een noordwesterstorm.

Moeder Barbara en Serena probeerden te overleven door de opbrengsten van het spinnewiel. Serena deed flink haar best, maar voelde goed aan dat het harde werk niet voor een blijvende oplossing kon zorgen.

Beetje bij beetje werd ze bleker en magerder. Ze werd op de duur oververmoeid en kon het vele werk amper nog aan.

Daarom bad zij elke avond in stilte tot de H. Maria en deed een belofte:
“ Onze Lieve Vrouwtje, als ik het gezin kan redden uit de armoede dan zal ik afzien van mijn eigen grote verlangen om met Arnold te trouwen”.

Het was vreselijk om te zeggen en ze huilde tranen met tuiten, maar toch was ze vastbesloten haar belofte te houden.

Een tijdje later, op een mooie herfstdag, ging ze wandelen langs de rand van het bos en overal zag ze in de struiken de bedauwde spinnenwebben. Moe geworden zette ze zich neer onder een oude eik en viel tegelijk in een diepe slaap.  Maar plotseling gebeurde iets heel bijzonder. Een legertje spinnen streek neer op haar hoofddoek en met verbazing zag zij dat uit het heen en weer geloop van de diertjes een web geboren werd met figuren, vogels en bloemen. Even plotseling als ze gekomen waren verdwenen de spinnen weer. Het ragfijne dradenwerk bleef achter als bewijs dat het geen droom was geweest.

Voor Serena was dit duidelijk een teken van God. Als eenvoudige spinnen zo'n werk kunnen maken, dan moest een mens daar toch ook toe in staat zijn ?
Diezelfde avond nog zette zij zich aan het werk. Maar wanneer Arnold haar de volgende morgen kwam opzoeken, zat ze hopeloos in de war met al de fijne zijden draadjes. Hij stelde voor de draadjes te bevestigen aan houten stokjes. Het over en weer brengen van de stokjes, de eerste kantklosjes, verliep eerst nog wat onhandig, maar na enige tijd was het als het voor Serena kinderspel geworden. Het eerste kantwerk was geboren.
Arnold tekende andere motieven en de eerste werkjes werden verkocht aan de rijke dames uit de stad.
Weldra werd het kantwerk een veel gevraagde en duurbetaalde waar.
Ze kreeg zoveel werk dat het voor Serena een hele opgave was om aan de vraag te kunnen blijven voldoen, en daarom leerde zij het kantklossen ook aan haar zusjes aan.
Op korte tijd kwam de welstand komt terug in het gezin van moeder Barbara
.
Arnold was ondertussen opgeleid tot een echte beeldhouwer en de vriendschap met Serena is bij hem uitgegroeid tot echte liefde.  Hij besloot haar ten huwelijk te vragen. Groot was echter zijn verbazing als hij door haar wordt afgewezen, terwijl zij tegelijk bekende  veel van hem te houden.

Voor de jonge kerel brak een moeilijke tijd aan. Het winter verliep en het werd weer lente. Serena keerde terug naar de plaats waar haar ze haar belofte aan Maria had gedaan en met pijn in het hart dacht zij terug aan lieve vriend. Ze smeekte de heilige maagd  ervoor te zorgen dat hij haar zou vergeten niet langer zou lijden.

Maar eensklaps zag ze  opnieuw de tientallen spinnen. Net zoals het jaar voordien begonnen zij op haar zwarte hoofddoek een bijzonder web te spinnen. Het was een bruidsboeket.
De spinnen bleven met een ongekende ijver doorwerken en rond het bruidsboeket verscheen geleidelijk een tekst die pas leesbaar werd als de spinnen weer verdwenen waren: “Ik ontsla u van uw belofte “.

Serena barstte in tranen uit. Deze keer waren  het zijn tranen van dankbaarheid en vreugde.
Arnold, di haar stilletjes gevolgd was,  had zich verscholen gehouden in het struikgewas. Toen hij haar echter hoorde snikken snelde hij op Serena toe.
Zij toonde hem het nieuwe web en vertelde  dan van haar vroegere belofte.

Nu werd voor Arnold alles duidelijk.
Nu stond niets hun geluk nog in de weg en korte tijd later werd hun huwelijk ingezegend. Men zegt er in Brugge nog nooit zo’n mooie trouw geweest was. Ze droeg een prachtig wit kanten kleed. Serena en Arnold kregen vele kinderen. En alle meisjes leerden ook het kantklossen van hun moeder. En alzo ging de brugse kant de wereld rond en maakt men in Brugge en ver daarbuiten nog altijd kant.

Maar de mooiste van alle kant blijft de brugse kant.

U kan een brugse versie van deze legende lezen op  http://bibliotheekbrugge.wordpress.com/2010/12/17/serena-de-legende-van-de-kant/

Kant
Kant is een oud ambachtelijk product. Waar het is ontstaan, in Vlaanderen of Italië, weet men niet precies. Er was in die periode een nauwe culturele samenwerking tussen Vlaanderen en Venetië. Schilders kwamen in Vlaanderen de olieverftechniek bestuderen en onze kunstenaars gingen naar Venetië om hun schilderijen te zien. Het is wel een feit dat er altijd meer kloskant werd geklost dan naaldkant omdat die goedkoper was.

Naaldkant is ontstaan uit open naaiwerk of punto tirato. Men versierde het boordje van de onderkleren dat uitstak boven de kleding. Daarvoor trok men draadjes uit de stof en men borduurde rond de ontstane opening, zowel horizontaal als verticaal. Op den duur trok men alsmaar meer draden uit om ingewikkelder versieringen te maken zodat er nog weinig stof overbleef. Tot iemand op het idee kwam om enkel met draden te werken. Men naaide de gespannen draden met een driegdraad vast op het patroon en men borduurde als voorheen. Men gebruikte dezelfde patronen.

Het eerste modelboek is verschenen in 1528 van de Venetiaan Antonio Tiangliente. Hij noemt het “punto in aria” (steek in de ruimte). In heel Italië was dit de benaming. Deze eerste vorm van naaldkant had een rechtlijnig of geometrisch ornament. Algemeen werd deze soort Reticella genoemd. Met deze manier van werken was men niet meer verplicht om schering en inslag te volgen maar kon men vrijer werken en meer gebogen lijnen gebruiken. Zo werd het florale element geïntroduceerd. De echte naaldkant was geboren.


KLOSKANT wordt gemaakt met behulp van kantklosjes. Deze klosjes worden altijd in paren gebruikt, die over het gehele werk bij elkaar blijven behoren. Op deze klosjes worden draden gewikkeld. Een ervaren kantklosster kan werken met honderden klosjes tegelijk, die zeer snel om elkaar heen geslagen worden. Na het maken van een aantal slagen wordt een speld in het patroon gestoken, wat het vlechtwerk op zijn plaats houdt.

Als een klosje leeg raakt, wordt er opnieuw draad omheen gewonden, dat aan het uiteinde van de oude draad wordt vastgeknoopt. Het knoopje wordt met een fijne schaar zo kort mogelijk afgeknipt.

Iedere stad en iedere streek had vroeger zijn eigen patronen en zijn eigen manier van werken. Je herkent daardoor aan de kant vaak de streek waar hij is gemaakt.
Het klossen van kant is een zeer bewerkelijke techniek, die al eeuwen bestaat. Kant is zeer kostbaar, en was daarom in het verleden alleen bereikbaar voor de zeer rijken. De kostbaarste kant is van de dunste draden gemaakt.

Kantklossen wordt met zorg levend gehouden. Het is echter een hobby geworden en niet meer iets om de kost mee te verdienen. Het uurloon zou het werk onbetaalbaar maken. De werkomstandigheden van de kantklossters waren in het verleden bedroevend. Zij werkten veelal in vochtige kelders. De reden hiervan was dat fijne linnen draden, als zij te droog worden, erg snel breken.

Interessante info vindt u op de webpagina van Anne-Marie Willems,of kortweg Mietje
http://marmietje.buurtwijzer.be/Hetbegin

 De Zusters Apostolinnen
Begin18de eeuw was er hongersnood in Brugge. Een aantal initiatieven werden gestart om het inkomen van de arbeiders te verhogen. Eén van die initiatieven was het oprichten van een kantschool voor kantwerksters in 1717. Monseigneur van Susteren deed hiervoor beroep op de zusters Apostolinnen. De lessen werden zowel in dag- als avondonderwijs gegeven om zoveel mogelijk vrouwen te bereiken.

De school werd tijdelijk gesloten tijdens de Eerste Wereloorlog, om pas in 1922 terug te starten. Meer reeds bij het herstarten was er er grote bijval, zodat de zusters Apostolinnen een nieuwe school dienden te bouwen.

Vanaf 1930 was er echter een terugval door de opkomst van machinale kant. Het dagonderwijs werd van 1933 teruggebracht tot 1 dag per week. Het avondonderwijs bleef ongewijzigd. Het dagonderwijs werd in 1961 zelfs volledig gestopt.

Het Kantcentrum
Het Kantcentrum is ontstaan uit de Kantschool van de Zusters Apostolinnen. Die richtten in 1970 de vzw Kantcentrum op, om het kantonderwijs nieuwe kansen te geven. Twee jaar later nam de vzw de Kantschool over. De zusters zijn intussen verdwenen uit de vzw Kantcentrum. In 2014 heeft het Kantcentrum de historische kloostergebouwen op het domein Adornes verlaten om zich te vestigen in de voormalige Kantschool van de Apostolinnen (op hetzelfde domein). Het Kantcentrum geeft nu kantcursussen, heeft een eigen gespecialiseerde uitgeverij in kantboeken en patronenmappen, exploiteert een kantatelier, geeft sedert 1978 een viertalig kantmagazine uit en organiseert een docentenopleiding. Het Kantcentrum is uitgegroeid een wereldvermaard kenniscentrum met betrekking tot kant in de meest brede zin van het woord.
Kantcentrum vzw
Balstraat 16,
8000 Brugge, België
Tel. +32 (0)50 33 00 72
Fax. +32 (0)50 33 04 17


De legende van Serena en de Brugse kant wordt in vier boogvelden ook afgebeeld in de gevel van de Zuidzandstraat nr40 te Brugge. 



 




















Geen opmerkingen:

Een reactie posten