donderdag 18 december 2014

De legende van de heks van het Lendestraetkin.

Het waren woelige tijden in Brugge. Er was die voortdurende oorlogsdreiging.  Enkele jaren geleden nog, in 1631, was Frederik-Hendrik van Oranje met een leger voor de Brugse muren verschenen. Van rond Damme was hij van plan geweest om de stad binnen te vallen.  Een jaar later brak een pestepidemie uit die aan vele mensen het leven kostte. De oogsten mislukten. De graanprijzen stegen en de mensen hadden honger. Dood door honger of ziekte trof vooral de armen. Waarom toch kwam zoveel onheil over de stad? Het leek wel of de duivel ermee gemoeid was…

In die tijd woonde er in het smalle Lendestraatje, dat toen nog het Lendestraetkin heette en tussen de Zuidzandstraat en de Korte Vuldersstraat ligt, een oude weduwe die Mayken Karrebrouck heette. Ze woonde er samen met haar oudste zoon Jan. Ze was arm en veel verdiende ze niet met de verkoop van melk en boter. Ze leefde vooral van wat ze kreeg door mensen te helpen.

Mayken had wortel van de bijvoet tegen de muur van haar huis gespijkerd om de duivel en andere boze geesten weg te jagen. Soms vlocht ze wel eens kransen van bijvoet voor anderen om aan de muren van hun huis of schuur te hangen als bescherming tegen boze geesten, brand en blikseminslag.  

Drie jaar geleden had ze, toen zij en haar zoon eens door ziekte geveld lagen, van een Brugse kleermaker, Simon Verstraete,  perkamenten briefjes gekregen. Hij had het hun gegeven om hen te vrijwaren van 't water en van ’t vier . Ze moesten de briefjes aan een touwtje rond de hals moesten dragen, maar men kon ze ook in de kleren naaien.  Er moesten daarbij verschillende kruisen gemaakt worden, te weten: ‘alzo vele kruisen als er reken stonden op papier'. Mayken had hem betaald met melk en boter en ze genazen.

Ze wist ook dat walnoten een probaat middel waren tegen heksen of tegen de beet van een dolle hond, en ze had altijd wijnruit in huis als bescherming tegen de pest. Ze wist dat de plant ook een beschermkruid was tegen de duivel, heksen, vergif en zwarte katten. Ze kende alle geneeskrachtige kruiden en maakte kruidendrankjes klaar als iemand in de buurt ziek was. Ze nam zelfs een blinde vrouw en een straatjongen in haar huis op om ze te verzorgen. Het jongetje heette Pieter en was 'gherapt van de straete'. Het was impotent en had slechte voeten toen het bij haar kwam. Toen kon hij nog gaan, maar het werd hoe langer hoe slechter, totdat hij uiteindelijk noch gaan noch staan kon.

Met één buurvrouw had Mayken altijd ruzie. Dat was met Maye Luucx. Op een keer was één van Karrebroucks zwarte kippen zo stout geweest het huis van Luucx binnen te lopen, iets waarvan haar man ten zeerste geschrokken was. Ze had het dier gepakt en het over de halve deur bij Maye Karrebrouck binnen gesmeten. Drie of vier dagen daarna waren ze verhuisd naar de Losschaertbrug; en achteraf had ze horen vertellen dat Maye Karrebrouck bij iedereen haar beklag had gemaakt dat haar hennen geen eieren meer legden.  Bovendien was haar eerste zoon, Adriaen, kort nadien ziek geworden.  Ze had hem verschillende malen laten overlezen, maar hij was toch gestorven.

Overal waar ze Maye Luucx ontmoette, in de Meers, in de Steenstraat en elders riep ze haar na dat ze een “toveresse” was en schuld had aan de dood van haar zoon Adriaen. Ze beweerde dat ze  de arme jongen had betoverd door hem vijf of zes appels te geven en aan de zesde wat zwart poeder te hebben gewreven. Hij was er aan gestorven. De vent van Luucx was daarom op een avond zo kwaad geworden dat hij Maye Karrebrouck achternagezeten had en haar in het Lendestraetkin een pak rammel had gegeven. Het zat er bovenarms op tussen die twee vrouwen.

Maye Luucx liet zich ook niet  onbetuigd. Ze vertelde iedereen die het horen wilde dat Maye Karrebrouck met de duivel te doen had. Ze beweerde dat ze met haar eigen ogen gezien had hoe ze wel zes tot acht maal op de Vrijdagmarkt met de duivel was gaan dansen. Ook Grietken zonder Ziele en Catheline Ide waren daar gezien. En Cathelyne Calle, die met bezems leurde en die ook bekend stond als toveresse, was daar telkens bij geweest.  Ze wist te vertellen dat de duivel zelve op die danspartijen zou gekomen zijn onder de gedaante van een bok of een hond.  Het duurde niet lang of de hele buurt noemde Mayken Karrebrouck… “betoverde Maeye”.

En zo gebeurde het p een dag dat een meisje in het schooltje naast het huis van Mayken Karrebrouck aanvallen van de vallende ziekte (epilepsie) kreeg. Het kon geen toeval zijn dat de ziekte telkens opkwam wanneer de hond van Mayken begon te blaffen.

Een buurvrouw beweerde dat Mayke haar man betoverd had met een haring en dat scheen nog waar te zijn ook, want hij  was ziek geworden na het eten ervan.  Verder was er de zoon van Betkin Moerynck, een weduwe uit de Meers. Ze had het kind pruimen gegeven met poeder erop en daarvan werd het ziek.  Ze werd gearresteerd en aan een pijnlijk verhoor onderworpen. Tijdens de foltering was een vleermuis  door een open venster van de pijnkelder binnengevlogen en de rechters aanzagen die onmiddellijk als een “jonghen duyvel”. Een duidelijker aanwijzing van haar verbond met de duivel konden ze niet krijgen.

Op 12 juni 1634 werd Mayken Karrebrouck voorgebracht en werd ze gevraagd dat ze de waarheid zou zeggen. Voor de zoveelste maal herhaalde ze dat ze geen toveresse was. Ze jammerde dat het godgeklaagd was zaken te moeten zeggen die niet gebeurd waren en waaraan ze onschuldig was.

De rechters waren niet in de eerste plaats geïnteresseerd in het kwaad dat ze haar buren had aangedaan, maar in haar connecties met de duivel. Ze wilden weten of de heksen op bezemstelen naar hun bijeenkomsten vlogen, waar ze hulde brachten aan de duivel, aan orgieën deelnamen, de sacramenten ontheiligden en uit kindervet toverzalf vervaardigden. Ze werd ook aangespoord om haar medeplichtigen bij naam te noemen. Ze vertelde dat ze Cathelyne Verpoort, die ook wel Calle Besems genoemd werd, en Catheline Ide goed kende. Ze had ook koeien, paarden, varkens en kippen betoverd en gaf toe verantwoordelijk te zijn voor de pest van vele mensen omdat ze een poeder in de melk en onder de boter had gemengd.

Bij Marije, die verbrande wijn verkocht in de Langestraat, had ze een kind dat voor de deur zat betoverd door het driemaal op zijn rugje te kloppen. 0ok een ander kind uit haar gebuurte had ze op de schoot genomen om te spelen en ze had het een aftreksel van kruiden gegeven. Het kind was wel drie maanden ziek geweest. De duivel had haar dat kruid geleerd, het was 'Sancta Christi'. Ook het klein kind van Gheleyn Morken had ze behekst en dat kon ze niet meer genezen, daar het reeds vier maanden geleden was. Ze had het kind een papje gegeven en al heel vlug was het ziek geworden.

Drie weken geleden nog was ze op groot heksenfeest geweest op het Bulskampveld. Daar waren toen wel honderd vrouwen verzameld en er waren er van verschillende parochies, zelfs enkele van Brugge waaronder Crepele Bette die woonde nabij de Kruispoort en een Neelken Verhaeghe, die huis hield nabij de Vrijdagmarkt.  De duivel had haar gezegd dat ze God moest loochenen met de woorden : “ic loochen uwer ende ic gaen den duyvel aen”.

Tijdens het verhoor smeekte ze de schout haar van de met nagels bezette halsband te verlossen. In plaats daarvan werden de koorden aangespannen en er werd haar gevraagd van wie ze de toverkunst geleerd had. Ze negeerde deze opmerking, maar toen de scherprechter vroeg of ze de vraag niet gehoord had bekende ze uiteindelijk, onder helse pijnen, dat ze alles kende  van “Grietken zonder ziele”, die huisde op Dudzele.  Dat was ongeveer negentien jaren geleden geweest. Deze Griete stond ook bekend als een toveresse. Op een keer, toen zij en Griete in den bilck de koeien aan het melken waren, vertoonde de duivel zich voor het eerst aan haar. Hij verscheen haar in de gedaante van een man op bokkenpoten en vroeg haar of ze zulke dingen wilde leren. Ze had daarmee ingestemd, want van Griete had ze al veel over zulke zaken gehoord. Ze had gespuwd op het kruis en ze had ook aan haar doopsel verzaakt, want het ene hield verband met het andere.  Ze had daarop de eed moeten afleggen; waarop hij van zijn kant beloofd had dat ze nimmer gebrek zou hebben.


Heksensabbat ter ere van de duivel

Nadien was de duivel nog meerdere keren verschenen in de gedaante van een man, uitzonderlijk ook wel eens als een bok of een  hond. Ze bekende dat ze verschillende keren gemeenschap met hem had, maar ze voegde er aan toe dat zijn penis en zijn zaad ijskoud geweest waren. De duivel was 'in de ghedaente van een mensche, maer zijn nature was cout ende niet als van een uprechte mensche' Van haar duivelse vriend had ze een teken op haar vrouwelijkheid ontvangen. Ze had het gekregen de eerste maal toen hij zich geopenbaard had 'in den bilck' toen ze haar doopsel en het kruis en de Heilige Moeder Maria verloochende.  Het was het litteken dat de barbier en de scherprechter tijdens het visiteren hadden opgemerkt. Toen had ze evenwel verklaard dat het een teken was, overgebleven van een bevalling.  Ze werd tot de brandstapel veroordeeld.

Op de 22ste juni 1634 werd ze aan een staak op de Burg gewurgd en vervolgens verbrand, samen met Maye Luucx.  Op 10 juli werd Catheline  Ide op de brandstapel gezet en op 2 augustus onderging Calle Besems hetzelfde lot.

Nadat ze de verbranding hadden bijgewoond schoven de schout, de burgemeester, een paar schepenen, de monnik die de terdoodveroordeelde had bijgestaan, de scherprechter en zijn helpers, aan voor een "galgenmaal" dat hen moest toelaten de opgelopen emoties door te spoelen… Het recht had gezegevierd.



De verbranding van een heks


Waar of niet waar?
Dit verhaal is  - op enkele details na - helaas echt gebeurd en dus geen legende. De vier vrouwen hebben echt geleefd en zijn in Brugge op de brandstapel terechtgekomen. Het is een donkere bladzijde in de Brugse geschiedenis maar het verhaal tekent de sfeer ten tijde van de heksenvervolging in het begin van de 17de eeuw. Mayken Karrebrouck en Mayken Luucx werden met mekaar geconfronteerd tijdens het verhoor. Omwille van de verhaallijn hebben we elementen uit beide verhoren en dat van anderen samengevoegd. Veel hebben we gevonden in de artikelenreeks “Van Heksen en den Boze Vijand” van Germain Vandepitte, een publicatie in “Rond de poldertorens” (1981-1984)

Mayken Karrebrouck was een slachtoffer van de heksenvervolging in Europa. Zij werd gefolterd en kwam in 1634 te Brugge op de brandstapel terecht. Samen met Mayken Luucx en Cathelyne Verpoort, alias Calle Besems, die datzelfde jaar ook verbrand werden, zou Mayken Karrebrouck op verschillende plaatsen met duivels gedanst hebben. Zij had daarbij een zestal keren “metten boosen vyandt geboeleerd”.

Zowel van Mayken Karrebrouck, Mayken Luucx, Catheline Ide en Cathelyne Verpoort bestaan de vonnissen.
 (Zie: https://www.kuleuven-kulak.be/facult/rechten/Monballyu/Rechtlagelanden/Heksenvlaanderen/Vonnissenhekserij/Vonnissenhekserijtekst1625-1649.htm)

Het Lendestraetkin is ook te zien op de kaart van Marcus Gerards uit 1562.



Het vonnis van Mayken Karrebrouck.

 “Up den XXIII junii 1634 soo was ten verzoucke alvooren ghelesen de bedrachte ende verlydt van Mayken Karrebrouck in der manyeren naervolgens: Mayken Karrebrouck, gheboren van Vassenare, oudt ontrent de 66 jaeren, heeft bekent ende beleden buytten alle banden van ysere ende van pyne, ende es ooc bedreghen hoe zy over eeneghe jaeren haer zoo verre heeft vergheten als dat zy haer begheven heeft totte horrible ende abominable boosheyt van tooverye, makende compact ende verbandt metten boosen vyandt van hellen, die haer eerst voor ooghen hielt te verlaten Godt almachtich en Maria zyne ghebenedyde moeder, zoo zy ghedaen heeft. 

Heeft voorts haer diversschelick ghevonden in vergaderynghen ende dansen van boose vyanden ende van andre toveressen, doende voorts aldaer met haeren boosen ander execrable ende detestable acten die niet en betamen alhier int particuliere verhaelt te worden. Hebbende ooc dit Mayken van haeren boosen ontfanghen een specie van een teecken op haer lichaem. 

Heeft ooc van haeren boosen ontfanghen eeneghe materien waermede de menschen by haer zouden connen betoovert worden, ghelyck zy metter daet betoovert heeft verscheyden persoonen van welcke zy eeneghe heeft doot ghetoovert ende dander noch jeghenwoordich zieck ende ghepraempt worden in groote ellendicheyt ende miserie. 

Bovendien dat zy zeere suspect es van noch meer quaets door tooverye ghedaen ghehadt thebben, wesende alle zaken niet lydelick in een stadt van rechte zonder condigne punitie, ander in exemple. Ende naer dat etc., soo wyert eyndelynghe by vonnesse van scepenen ter manynghe van den heurlieden wettelicken maendere tzelve Mayken Karrebrouck alhier in vierschaere ghecondempneert ghewoelt te worden an een stake op den Burch deser stede ende daernaer ghebrant totte pulvere, daervan dexecutie terstont ghedaen wyerdt.”

Bron: SABrugge, Oud archief, 192, Verluydboeck 1611-1676, f°144r (origineel). Zie ook RAB, Stad Brugge, 624, f°9v-42r en 666 f°107r-185r (passim).

Heksenvervolging

De heksenvervolging heeft tussen circa 1450 en 1750 grote delen van Europa in haar greep gehad en vele tienduizenden slachtoffers geëist. De meeste schattingen lopen uiteen van 30.000 tot 60.000 geëxecuteerden waarvan ongeveer 80% vrouwen. De meeste van die vrouwen waren ouder (meestal rond de 60), zeer arm, alleenstaand en machteloos.
De heksenvervolging vond niet, zoals veel mensen denken, grotendeels in de Middeleeuwen plaats, maar voornamelijk in de Renaissance.

Hekserij werd in eerste instantie gezien als het op bovennatuurlijke wijze aandoen van kwaad aan anderen. Rond 1375 werd daar door de hogere klasse aan toegevoegd dat de heksen een pact met de duivel gesloten zouden hebben.

De meeste heksen bekenden alle beschuldigingen omdat ze gemarteld werden. Velen stierven al tijdens de marteling. Als ze zich na de bekentenis ook nog bekeerden, werden ze gewurgd voordat ze verbrand werden en zouden ze nog in de hemel kunnen komen. Tot halfweg de 16e eeuw bleven de straffen beperkt tot geldboetes, eventueel gevolgd door een verbanning. Pas later kwamen de bloederige vervolgingen.

Na 1590 werden de heksen er door de hogere klasse ook nog van beschuldigd vrijwillig geslachtsgemeenschap met de duivel te hebben gehad tijdens de heksensabbatten. Daarbij werden de heksen gedwongen om de namen van andere deelnemers aan die sabbatten te noemen. Daardoor ontstonden er op grote schaal procesreeksen en massaprocessen.
Hoe de heksen de duivel ontmoetten en hoe het er op de heksenbijeenkomsten aan toe ging, volgt het patroon dat beschreven wordt, zelfs de illustraties in boeken blijken de kloppen met de bekentenissen van de heksen. Ook de vreemde bewering dat de penis van de duivel ijskoud was, vinden we terug in bijna alle andere heksenprocessen. Het is duidelijk dat de verklaringen over hun contacten met de duivel eerder het gevolg zijn van de suggestieve vragen van de rechters dan van de fantasie van de heksen.

De aangeklaagde betoveringen zijn zeer klassiek: ziekte en dood van mannen, vrouwen of kinderen, ziekte en dood van paarden, koeien, varkens en kippen na een aanraking of zelfs een boze blik van een heks. De toverij werd afgeleid uit de slechte naam van de verdachte en de vaste overtuiging van de slachtoffers dat zij of hun dieren betoverd waren. Het onderscheid tussen gewone ziekte en betovering was heel subjectief. Voor allerlei onverklaarbare tegenslagen zochten de inwoners zondebokken door bepaalde personen uit hun leefgemeenschap van toverij te beschuldigen.

De Zuidelijke Nederlanden kunnen zeker niet vrijgepleit worden van medewerking aan één der zwartste bladzijden van de Europese geschiedenis. Uiteindelijk zouden er, ruw geschat, in deze gewesten tussen 1450 en 1685 minstens 922 heksen de vuurdood zijn gestorven. (bron: Dries Vanysacker in “Het aandeel van de Zuidelijke Nederlanden in de Europese heksenvervolging “)

Een heks wordt opgepakt.

Rond 1660 kwam het tot een grote mentaliteitsverandering. Men werd sceptischer en verwierp het concept van onstoffelijke wezens. Hierdoor liet de elite zijn ideeën over duivelspact en heksensabbat varen. Rechters begonnen heksenprocessen tegen te werken en de wetgeving werd zodanig aangepast dat heksenprocessen steeds minder tot een veroordeling leidden. De marteling werd afgeschaft. Rond 1720 waren er in Europa haast nergens meer heksenprocessen. (Bron: Wikipedia)

“Jullie namen in gouden letters.”

Ria Beyens schreef een prachtig gedicht ter nagedachtenis aan al die als heksen terechtgestelde vrouwen.
Jullie namen in gouden letters
Lange, lange rijen
Vrouwen


Heksen zogenoemd
Aangeklaagd


In lange, lange rijen
Schuifelen zij voorbij
Niet wetend waarom
Door pure roddels gepakt
Omdat zij kenden
Een kruidje voor lief en voor leed
Zorgden voor baby’s en moeders in spe
Kennis bezaten over alle vrouwendingen
En hoe met het magische om te springen
Verhalen vertelden over hoe leven begint
En hoe je de wol tot draden spint
Kortom vrouwen van hun tijd
Jong en oud gelijk


Toen
En tot mijn grote spijt
Ook nu nog keer op keer


Vrouwen
In lange, lange rijen
Vernederd, geslagen
Gemarteld en gebroken
Verdronken om te weten


Veroordeeld
Tot brandend de dood ingaan
Of verbanning, ver weg van thuis vandaan
Gestorven in stinkende kerkers
Ik schrijf jullie namen in gouden letters

En zie
Lange, lange rijen
Vrouwen met opgeheven hoofden
In kapjes en hoofdoeken
Zoals het toen hoorde
Samen met de kinderen en de mannen
Hersteld in hun waarde
Hersteld in hun eer
Heksen zogenaamd

Wat een eer
.

Bronnen, noten en/of referenties

  • J. Monballyu, Van hekserij beschuldigd, Heksenprocessen in Vlaanderen tijdens de 16de en 17de eeuw, UGA Kortrijk-Heule, 1996, 128 p. ISBN 90 6768 212 8
  • Fernand Vanhemelryck, Het gevecht met de duivel, Heksen in Vlaanderen, Davidsfonds Leuven, 1999, 338 p. ISBN 90 5826 031 3
  • Dries Vanysacker: “Hekserij in Brugge. De magische leefwereld van een stadsbevolking, 16de-17de eeuw.”  1988, ISBN: 9789069660356
  • Dries Vanysacker: “Het aandeel van de Zuidelijke Nederlanden in de Europese heksenvervolging (1450-1685)” www.ru.nl/publish/pages/619212/2000_4_vanysacker_d.pdf
  • Het verbond van heks en duivel, Lène Dresen-Coenders, Ambo 1983, ISBN 9026305850

  • Het Lendestraatje in Brugge
  • 't Lendestraetkin

2 opmerkingen:

  1. tip! bezoek nu https://bezoekers.brugge.be/heksenbruegel

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dankjewel! ik heb ook de legende van de heksensabbat in de Balstraat in de lijst van legenden staan. Misschien dat jullie dit ook interessant vinden.
      groeten
      Marc Willems

      Verwijderen