donderdag 11 december 2014

De legende van de katte van Beversluys.

Men zegt dat in de sacristie van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge een katte bewaard wordt. Niet zomaar een gewone katte, maar de “katte van Beversluys”.
Hier gaan we…

Lang geleden woonde er in Brugge een rijke weduwe: Maria Magdalena van Westveldt. Ik weet niet of ze even mooi was als de Maria Magdalena uit het evangelie, maar ze was in ieder geval steenrijk. Haar man, Franciscus van Beversluys, was enkele jaren voordien overleden en ze was kinderloos achtergebleven in haar grote herenhuis in de Predikherenstraat, samen haar lapjeskat, Katalina, al haar geld en haar juwelen.

Het was een warme dag, daags voor halfoogst, de grote feestdag van Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart, en ze zat in haar salon met al haar kostbare sieraden voor haar: parels, gouden armbanden, diamanten, een gouden halskruis, gouden oorringen bezet met diamanten, ringen met allerlei edelstenen, broches, paarlen halssnoeren en wat al meer. Ze wilde er ’s anderendaags tijdens de hoogmis in de Onze-Lieve-Vrouwekerk stralend uitzien.

Katalina lag, zoals zo vaak, op de warme stenen van de vensterbank in de zon te spinnen. Dat was haar geliefkoosde plekje. Daar kon ze zowel elke beweging op straat gadeslaan, en tegelijk af en toe eens knipogen naar haar bazin in het salon. Aan haar kanten halsbandje hing een klein gouden klokje dat rinkelde telkens als ze lenig op en af de vensterbank sprong.

Maria Magdalena, de mensen noemden haar natuurlijk nog altijd “mevrouw van Beversluys”, kon maar geen keuze maken welke juwelen het best bij haar nieuwe mantelpakje zou passen. Ze paste talloze halssnoeren en armbanden. Maar stonden ze wel samen met die gouden ring met die purperen steen? Of zou ze toch beter die andere ring nemen, deze met die groene steen en afgezet met kleine diamantjes? En welke oorbellen moest ze dan kiezen? Zou ze een met edelstenen bezette broche opspelden, of zou ze toch maar liever dat kleine gouden zwaantje op haar kraag steken? Ze wist het niet…

Katalina kwam tegen haar benen strelen. Ze kon ook wel wat aandacht gebruiken, en wat later sprong ze op de schoot van haar bazinnetje. “Oh, lieve Katalina”, zei Maria Magdalena, “welke juwelen zouden het best bij jouw passen?” en ze stak een dure paarlen armband over het kopje van de kat. De armband had een gouden slotje, bezet met acht diamantjes.

Maar wat ben je toch mooi Katalina!”, zei ze, en ze hing het gouden kruisje ook over haar kopje. Aan het kanten halsbandje knoopte ze twee gouden, met edelstenen bezette ringen die ze nog van Franciscus had gekregen ter gelegenheid van hun tiende huwelijksverjaardag. “Nu ben je de mooiste poes van de hele wereld!” zei ze, en ze klapte van bewondering in haar handen.

Maar net op dat moment sprong Katalina van haar schoot, en verdween met een sierlijke sprong door het openstaande raam. Toen de onthutste vrouw haar achterna wilde lopen vielen alle juwelen, paarlen en diamanten op de grond en ze rolden overal in het rond.

Katalina! Kom terug!” riep ze de kat nog na, maar van de poes was geen spoor meer te bekennen. De mooiste kat van de wereld, en wellicht ook de kostbaarste, was weg.
Maria Magdalena was er het hart van in. Haar lieve lapjeskat was, samen met haar meest dierbare sieraden, verdwenen. Die avond bad ze vurig tot Onze-Lieve-Vrouw en ze beloofde dat ze, indien de juwelen intact zouden teruggevonden worden, hiervoor aan de O.L.Vrouwekerk een kostbare monstrans ten geschenke te geven.

En zie, ’s anderendaags, op de hoogdag van Maria, ging ze in de O.L.Vrouwekerk de H. Mis bijwonen, en wie liep daar parmantig door de kerk? Katalina! De wijze kat wist blijkbaar dat de juwelen bij de Heilige Maagd moesten zijn. Zo werden zowel de kat als de juwelen teruggevonden, wat Maria-Magdalena van Westveldt er vanzelfsprekend toe bracht om haar belofte te houden en ze liet al haar sierraden in een kerkelijk kunstwerk verwerken.

Sindsdien noemt men de gouden monstrans “de katte van Beversluys”. Het gebeurde in 1725. Maria Magdalena overleed twee jaar later. Over wat daarna verder met de poes gebeurd is, wordt nergens in de geschiedenisboeken nog met één woord gerept.


De "katte" van Beversluys


Waar of niet waar?
De familie Beversluys speelde een belangrijke rol in Brugge rond het jaar 1700. Toen woonden Franciscus (François) van Beversluys, Hoofdontvanger van het Brugse Vrije, en zijn vrouw, Maria Magdalena van Westveldt in een prachtig herenhuis in de Predikherenstraat nummer 25. Dit monumentaal huis bestaat nog steeds. Frans van Beversluys  liet het huis in 1692 bouwen. Hij behoorde tot de Brugse toplaag. Hij overleed in 1717 en zijn vrouw bleef kinderloos achter.
In hun achtertuin bouwden ze een godshuis genaamd "Het Pelikaanhuis” gelegen langs de Groene Rei. In ruil voor een gebed voor Frans en Maria mochten weduwen zonder financiële middelen in dit huis leven.

Een citaat in het Frans: “…François van Beversluys qui avait construit une maison de maître baroque dans la rue des Dominicains en 1692, aménagea le célèbre hospice  Le Pélican  au fond de son jardin, donnant sur le Quai Vert.”


Het huis in de Predikherenstraat

De legende is het van oudsher overgeleverde verhaal der parochianen van O.L.-Vrouw als uitleg voor de bizarre naam van de grote gouden, met parels bezette monstrans, waarmee de weduwe van Beversluys in 1725 haar parochie verrijkte. De naam van de schenkster en haar echtgenoot is overigens uit het kunstbezit van deze kerk niet weg te cijferen, aangezien zij naast deze beroemde monstrans nog andere kunstwerken hebben nagelaten.

Waarvan komt de naam “katte” dan vandaan? “Chaton” of “katje” is een term uit het juweliersbedrijf. Een edelsmid noemt een zetting, die met kleine pootjes, als een stralenkransje, een edelsteen omklemt: een chaton.

Een chaton is ook een geborduurd symbool van een ridderorde; vaak in de vorm van een ster of een kruis. De chaton is meestal een uitvergrote ster van de orde. Tot het midden van de 19e eeuw werden deze op de borst gedragen sterren geborduurd. Later werden zij door meer praktische zilveren sterren vervangen. De gelijkenis met de ster in de monstrans is treffend.
Over de aanmaak van deze kostbare monstrans bestaat een interessant notarieel document van 20 maart 1725, met de volledige opsomming alle juwelen, edelstenen en parels welke door de schenkster ter beschikking werden gesteld. Het is een indrukwekkende lijst!
In datzelfde document lezen we nog dat het werk in uitvoering was bij de Brugse zilver- en goudsmid Jan Beaucourt, die naast de vele sieraden nog acht bestaande gouden geëmailleerde figuurtjes  in het ensemble te verwerken kreeg, en die voor zijn arbeid 400 pond ontving.

De “katte van Beversluys” is 64 cm hoog en bevat drie kilogram massief goud, honderden parels en diamanten. Het stuk wordt zelden of nooit publiekelijk tentoongesteld en blijft bewaard in een kluis. In het jaar 1898 werd de gehele monstrans geschat op 120.000 frank. Toen al! Hoeveel miljoenen dit kunstwerk thans waard is valt moeilijk te schatten. Alleen  al de meer dan 150 diamanten, honderden parels en robijnen die in het stuk verwerkt zijn vertegenwoordigen een fortuin. De “katte van Beversluys” uit de Brugse O.L.Vrouwekerk is – naar het schijnt - de kostbaarste monstrans die in België bewaard wordt.

Waarom heeft de “legendarische” Katalina in Brugge nog geen gedenkteken gekregen?

Het godshuis “De Pelikaan”.

Frans van Beversluys en zijn echtgenote Maria Magdalena van Westveldt zijn, zoals gezegd, de oprichters van het godshuis “De Pelikaan” aan de Groenerei.
Het voormalige godshuis wordt gevormd door een breedhuis van vier traveeën en één bouwlaag (links) en een diephuis van vier/drie traveeën en twee bouwlagen (rechts). Het godshuis werd gesticht in 1708, maar de stichtingsakte dateert uit 1714. Zeven wooneenheden met een gang en kapel waren bestemd voor zeven weduwen. Tussen 1967 en 1974 werden de kamers omgevormd tot vier woongelegenheden. Hierbij werden de gevels vrij ingrijpend gerestaureerd. Boven de toegang tot het linker huis bevindt zich een bekronende gevelsteen met een voedende pelikaan. Het godshuis werd in 1961 beschermd als monument.


godshuis "de Pelikaan" aan de Groenerei


De kapel van godshuis "De Pelikaan"
De tekst luidt:
"Gotshuys opgereght ende Ghefundeert door
Franciscus van Beversluys met Magdalena van Westveldt syn
huysvrauwe Anno 1708  .. seven aerme weduwen Brugsche
poortressen ofte gebooren vrijlatessen... ende wesen boven de
vichtich(?) jaeren ouderdom voor het incommen"


De Pelikaan in Brugge.

De pelikaan is niet alleen een christelijk symbool - volgens het volksgeloof verwondt de pelikaan zichzelf aan de borst om zijn jongen te voeden met zijn bloed - maar ook een symbool van de Rozenkruisers ofwel de 18e graad van de Schotse vrijmetselarij. En óók het symbool van de Edele Confrérie van het Heilig Bloed, de bewakers van het Heilig Bloed. Toeval of niet, feit is dat in de 18e eeuw verschillende leden van de Edele Confrérie terzelfdertijd lid waren van de Brugse vrijmetselaarsloge 'La Parfaite Egalité'.




Dhr. Rudi Vandeputte maakte een mooie fotogalerij met als onderwerp “Pelikanen in Brugge”. Beslist de moeite om eens te bekijken.
http://putter.smugmug.com/Brugge/Pelikanen/12403951_G6gHxM#!i=887394771&k=wXPbZHN


Geen opmerkingen:

Een reactie posten