vrijdag 19 december 2014

De legende van het doodshoofd aan de Smedenpoort.

Als U ooit met de fiets vanuit Sint-Andries door de Smedenpoort naar het centrum van Brugge rijdt kijk dan bij het buitenrijden van de poort eens achterom. Een groene doodskop grijnst U toe. Schrik niet, want het is geen echte (meer)…


Het doodshoofd aan de Smedenpoort
(foto: Rudi Vandeputte)

Het was een warme dag, die 25ste juni van het jaar 1691. De zon stond hoog aan de hemel en brandde ongenadig op de helmen van de soldaten die de Smedenpoort moesten bewaken. De spanning was te snijden want men wist dat de Franse koning, Lodewijk XIV, een grote legermacht naar het noorden had gestuurd om Brugge in te nemen.

Men wachtte bang af. De stad was goed verdedigbaar en overal op de stadspoorten hielden poortwachters de wacht. Overdag werd iedereen die de stad in of uit wou grondig gecontroleerd. ’s Nachts werden de poorten gesloten. De vestingen rond Brugge werden door bereidwillige burgers goed in de gaten gehouden. Men mocht er niet aan denken wat er zou gebeuren indien de Fransen de stad zouden bezetten
.
De Fransen wisten wel dat Brugge zich niet zonder slag of stoot zou overnemen, en in een langdurig beleg zagen de Franse legerleiders in deze loden hitte geen heil. Daarenboven begonnen de soldaten al te morren want velen hadden al lang hun soldij niet meer gekregen. Daarom besloten ze een trawant te zoeken die hen kon helpen.

Eén van de poortwachters die buiten de stadspoorten woonde, François van der Straeten, had het met de Fransen op een akkoord gegooid. Is hij bezweken voor het geld dat men hem voorspiegelde? We weten het niet. Ze spraken af dat hij in die nacht tijdens zijn wachtdienst de Smedenpoort zou ontgrendelen. Een klein groepje Franse soldaten dat zich in de nabijgelegen barakken in de buurt van het waterhuis moest verstoppen zou daarop de poort innemen en de overige bewakers overmeesteren. De volgende ochtend, bij het krieken van de dag, zou het gros van het Franse leger dat zich in een hinderlaag in Tillegembos bevond, de stad zonder tegenstand kunnen innemen.

Het plan kon niet mislukken. De avond van de 25ste juni betrok de hemel. De eerste zware regendruppels vielen al op de grond. Een zwaar onweer zou een einde maken aan deze hete dag. In de verte waren de eerste donderslagen al te horen.  Een voorteken van wat er de komende uren te gebeuren stond? Het zweet stond François van der Straeten in de handen. Morgen zou hij een rijk man zijn en naar het zuiden vluchten.

Die avond echter kwam een Brugse schipper, Jacob Wyndekens, met zijn schuit vanuit Damme naar Brugge gevaren. Voorbij de Boeveriepoort legde hij de sloep aan de kade en wandelde nadien richting het Waterhuis. De poorten van de stad waren al gesloten en het had geen zin om nu nog de stad in te gaan. In één van de barakken zou hij wel onderdak voor de nacht vinden. Dat had hij nog gedaan. ’s Nachts waren de barakken meestal verlaten. Er huisden alleen enkele zwerfkatten en ratten.

’t Is daar dat hij toen de Franse soldaten ontdekte. Hoe ze daar gekomen waren en wat ze van plan waren begreep hij niet, maar het beloofde in ieder geval niet veel goeds. Hij keerde op zijn stappen terug. Bij de Boeveriepoort sloeg hij alarm. De poortwachters lieten hem binnen en het bericht over de Franse soldaten verspreide zich als een lopend vuurtje door de stad. Er was paniek! Gewapend met alles wat ze in handen konden krijgen trokken enkele stoutmoedige inwoners naar de barakken waar ze de Franse soldaten overmeesterden.

François van der Straeten, die de Smedenpoort al ontgrendeld had, zag wat er gebeurde en trachtte ongezien naar Sint-Andries te ontkomen. Maar hij werd gegrepen en trillend als een riet bekende hij het complot. 


De geheimschrijver van dienst schreef op een vel perkament dat... “De genaemde François van der Straeten werdt verooreeldt omme mette bast anden hals gehanghen te worden aen de galghe opden Burg tot datter doot naer volght, syn doode lichaem daer naer ghevoert te worden buyten de Smedenpoorte op het Galgeveld langs de dixmuudschen Heerwegh ende aldaer met de voeten opperwaerts ghehangen te worden aan de galghe, ende syn hooft afghesneden ende ghesteecken te worden op een pinne boven de Smedenpoorte.

De volgende ochtend, de 26ste juni 1691, kwam de zon weer in een gouden gloed in het noordoosten op. Het beloofde weer een stralende zomerdag te worden. Diezelfde dag nog werd de verrader opgehangen. Daarna werd zijn hoofd afgehakt en op een ijzeren pin op de Smedenpoort gezet… De kraaien pikten zijn ogen uit.


De Smedenpoort anno 2014

Waar of niet waar?

Dit verhaal is waar gebeurd en is dus geen legende. Enkele details over het complot en de  ontdekking ervan zijn wel verzonnen.

Toen in 1691 het hoofd van de terechtgestelde verrader, die de stad aan de Fransen had willen prijsgeven, op de Smedenpoort werd geplaatst, maakte dat zo’n indruk dat men nadien de echte schedel verving door een kopie. In 1773 werd hij door een ijzeren exemplaar vervangen. In 1876 werd de ijzeren kop naar het Gruuthusemuseum overgebracht en aan de poort door een nieuwe kop vervangen.  De huidige bronzen schedel dateert van 1911.

Het was vroeger gebruikelijk terechtgestelde misdadigers tentoon te stellen. Af en toe werden aan de stadspoorten ook ledematen  en de romp van gevierendeelde verraders of spionnen opgehangen. De bedoeling was om andere onverlaten af te schrikken. Bovendien werd daardoor de terechtgestelde een katholieke begrafenis ontzegd, waardoor ze gedoemd waren voor eeuwig te branden in de hel. De hoofden en lichamen bleven hangen tot ze half door wind en weer waren vergaan, of door vogels of honden waren opgevreten. Daarna werden ze begraven in ongewijde grond.


De Smedenpoort.

De Smedenpoort is één van de vier overgebleven stadspoorten van Brugge. De eerste poort dateert van 1297-99, maar werd in 1367-68 herbouwd door de meester-metselaars Jan Slabbaert en Mathias Saghen. Later werd ze nog enkele keren verbouwd. Kenmerkend aan deze poort is dat ze, net als de Ezelpoort, volledig omringd is door water.

Op de poort staat de datum 1615, die refereert naar de afbraak van de bovenbouw. De twee ronde torens zijn door een rechthoekig middendeel met elkaar verbonden. Tegen de oostgevel is een kleine traptoren gebouwd. Aan de kant van Sint-Andries is het uitkragend middengedeelte van de poort versierd met een fries op consolestenen, waarboven het stadswapen prijkt.

De poort staat midden in de vestinggracht en had vroeger twee hoge ronde torens die afgewerkt waren met kantelen. Dat is overigens ook te zien op de kaart van Marcus Gerards uit 1562.  De hoogte van de torens is in het begin van de 17de eeuw gehalveerd en de bruggen naar en van de poort werden vernieuwd. In de overwelfde doorgang zijn nog de sleuf waarin de sluitbalk paste en de slagen van de poort zelf zichtbaar.


De Smedenpoort op de kaart van Marcus Gerards uit 1562


De toegangen door de ronde torens, die enkel nog door fietsers worden gebruikt, zijn pas in 1909 gemaakt. Boven de poort hangt een klokje dat ’s avonds het sluitingsuur van de poort aankondigde en het verkeer in of uit de stad onmogelijk maakte.

Op 8 september 1944, bij de aftocht van het Duitse leger op het einde van de Tweede Oorlog, werd de poort zwaar beschadigd. De bovenbouw was volledig vernield en de poort gedeeltelijk verzakt. Ze werd tussen 1947 en 1949 hersteld naar het ontwerp van architect Jos Viérin.
In 2008-2009 was de Smedenpoort opnieuw renovatie toe. Het uitgangspunt van deze jongste restauratie was het behoud van de bestaande vormgeving. De poort was een halve eeuw lang verwaarloosd en een grondig herstel van het buitenmetselwerk was noodzakelijk.


De toestand van de Smedenpoort na WOII


De belangrijkste optie bij de restauratie, naar het ontwerp van architecten Karel Lantsoght en Géry Vandenabeele uit Brugge, was het opnieuw beschilderen van het buitenmetselwerk en dit om meerdere redenen. De herstelling na de oorlog was duidelijk zichtbaar door het storend gebruik van nieuwe bakstenen en het gebruik van portlandcement, waarbij het metselverband niet altijd was gerespecteerd. Op de poort zelf waren nog verschillende sporen aanwezig van oude okerkleurige kalklagen. Redenen genoeg om de poort opnieuw in okergeel te kaleien. Dit is niet alleen verdedigbaar in de authenticiteitsgeschiedenis van de poort maar kaleiwerk zal sowieso een regelmatig onderhoud in de hand werken.
Bron: “De vier elementen”, Open Monumentendag 2010, Stad Brugge, 

In het begin van de twintigste eeuw reed er nog een tram door de Smedenpoort.  Op deze oude prentkaart met zicht op de Smedenstraat kunnen we duidelijk de lijnen zien waaraan de tram zich van elektriciteit voorzag. De lijn 5 naar Sint-Andries werd geopend als vijfde lijn op 24 april 1913.


De tramlijn door de Smedenpoort
(foto Beeldbank Brugge)


De tram reed van het station tot aan het gehucht "Molendorp" circa 500 meter voorbij de kerk van Sint-Andries. De reisweg was 2,7 km lang. De laatste tram reed op woensdag 5 april 1950.

De negenjarige oorlog (1688-1697)

Negen jaar lang voert Frankrijk oorlog tegen Nederland, Engeland, Spanje en het Heilige Roomse Rijk. De schatkist van de Franse koning Lodewijk XIV is leeg en meer dan 2 miljoen van zijn onderdanen komen om van de honger. Op 20 september 1697 maakt de Vrede van Rijswijk een einde aan deze Negenjarige oorlog.

Gedurende de 17de eeuw wisten de Franse koningen hun grondgebied aanzienlijk uit te breiden. Na een reeks succesvolle oorlogen werden onder andere Franche-Comté, de Elzas en grote delen van de Zuidelijke Nederlanden toegevoegd aan het Franse koninkrijk. Aan het eind van de zeventiende eeuw maakten de overige Europese mogendheden zich grote zorgen om de Franse uitbreidingsdrang. In 1686 organiseerden Spanje, Zweden en het Heilige Roomse Rijk zich in de Liga van Augsburg om verdere Franse veroveringen te voorkomen.

Maar ondanks de waarschuwingen wilde de Franse Koning Lodewijk XIV zijn grondgebied toch nog verder uitbreiden. In 1688 veroverde hij de Palts, één van de belangrijkste keurvorstendommen binnen het Heilige Roomse Rijk. De Liga van Augsburg kwam hierop direct in actie en verklaarde Frankrijk de oorlog. Een jaar later voegden ook Engeland en de Republiek der Nederlanden, beiden bestuurd door de Nederlandse koning-stadhouder Willem III, zich bij het anti-Franse bondgenootschap. Gedurende de Negenjarige oorlog wisten deze Europese mogendheden, die zich voortaan ‘De Grote Alliantie’ noemden, Frankrijk definitief te verslaan.

bron: http://www.isgeschiedenis.nl/toen/september/vrede_van_rijswijk_negenjarige_oorlog/


De Smedenpoort in 1895.
Bemerk dat er nog geen doorgangen zijn in de zijtorens
.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten